.
Welkom op de pagina
Integraaldenken/Spiritueel-Manifest
Links op
deze website met:
- Summary

WIJ ZIJN OP WEG NAAR EEN
NIEUWE SPIRITUALITEIT, DIE NIET IS GEBONDEN AAN ENIGE VORM VAN ORGANISATIE,
TRADITIE, SOCIAAL GEZAG, AUTORITEIT OF
OPENBARING.
Het is de directe
waarneming van al hetgeen er om en in onszelf gebeurt, de schittering van het
zuivere bewustzijn, de bron van alle creatieve actie.
Oost en west
Fysica en metafysica.
Hans R. Vincent
INHOUD
A. MANIFEST
B. TOELICHTING
C. METHODOLOGIE
LITERATUUR
SUMMARY
A Manifest
Wetmatigheid, Rationaliteit en Ethiek in de Nieuwe Tijd
I Overgang
Wij leven in een tijd van overgang.
De 20e eeuw was de eeuw van vernietiging
en vernieuwing.
Vernietigd zijn vele gevestigde maatschappelijke
structuren en traditionele ideeën. Nieuwe structuren en nieuwe ideeën zijn
opgekomen. Die zullen in deze 21e eeuw tot verdere ontwikkeling komen, maar zij
stuiten op de resten van maatschappelijke en ideële tradities.
Door crises en oorlogen zijn de oude Europese
machten onttroond. Bestaande sociale structuren, zoals de macht van koningen,
keizers, adel en kerk zijn doorbroken. Traditionele ideeën over God, religie,
natie en gezin zijn bezig hun betekenis te
verliezen. Sommigen houden vast aan de bestaande religieuze
voorstellingen en anderen verzetten zich daartegen. Zij hangen veelal de
moderne atheïstische en materialistische
ideeën aan.
De traditionele structuren en voorstellingen hebben
geen zin meer en de antithetische reacties zijn veelal eenzijdig.
We weten dat er een Nieuwe Tijd aankomt met nieuwe
ideeën, nieuwe uitgangspunten, nieuwe gedragswijzen, nieuwe sociale
verhoudingen. Die vereisen een spirituele grondslag. Er ontstaan dan ook steeds
weer nieuwe spirituele leringen en stromingen.
Wat is de nieuwe spiritualiteit? Het manifest geeft
daarvan een schets in de vorm van een rationeel en spiritueel wereldbeeld als
vorm van integraal denken. Dit
wereldbeeld, fysisch en metafysisch, oosters en westers, ethisch en politiek,
is bedoeld ter nadere beschouwing en overweging.
II Scheppende Intelligentie
In de kosmos zijn drie energetische krachten
werkzaam: die van creatie, idee en
materie.
De bron van alle kosmische energie is de Scheppende
Intelligentie. Daarin ligt het
ontwerp van de kosmos, waarvan de creatieve, ideële en materiële universa deel
uitmaken.
Het creatieve universum dient een van te voren
vastgesteld doel: De evolutie van de kosmos als geheel, de ontwikkeling naar
meer complexe en meer specifieke systemen, leidend tot de expressie van de
volmaakte manifestaties van de drie energetische universa.
Het ideële universum bevat de wetten en ontwerpen:
De natuurwetten die een wiskundige basis kennen, de ontwerpen van de levende
vormen, de wetten van rationaliteit en ethiek van de menselijke wereld.
De ons bekende wereld van het materiële universum is
een gestructureerd, doelmatig en zinvol geheel. Deze is voortgekomen uit chaos,
de Big Bang. Deze manifestatie, het heelal, kent ruimte en tijd en expandeert
reeds gedurende circa 14 miljard jaar. In de astronomie bestaat de
veronderstelling dat deze expansie eeuwig voortduurt. Denkbaar is ook dat het heelal
op termijn weer inkrimpt, waarna een nieuwe cyclus van evolutie kan beginnen.
De materiële manifestaties van de niet-levende
vormen zijn gevormd door de natuurwetten. Deze komen voort uit de ideële wereld
en geven vorm aan het heelal: het ontstaan van sterrenstelsels, sterren,
planeten, manen, gaswolken, kometen. Al hetgeen is ontstaan wordt ook weer
vernietigd door dezelfde wetten.
De
levensvormen manifesteren zich daar waar de geschikte materiële condities
aanwezig zijn. De evolutie van de levensvormen wordt gekenmerkt door toename
van complexiteit en variatie, aanpassing aan de omgeving en toenemende
beheersing van die omgeving. De levensvormen op de aarde, die van de
micro-organismen, de planten, de dieren en de mensheid, zijn gevormd door:
-
de reeds in de
ideële wereld aanwezige ontwerpen ofwel blauwdrukken,
-
de processen
leidend tot evolutionaire ontwikkeling,
-
de mechanismen
van aanpassing door mutatie en selectie.
Dat
geldt ook voor de mensheid. Vóór het verschijnen van de mens was zijn blauwdruk
al aanwezig. Onze ontwikkeling wordt bepaald door de strijd om te overleven en
door onze vermogens, zoals het gebruik van muziek, taal, begrippen en symbolen,
het maken van constructies en het toepassen van principes. Deze vermogens zijn
eveneens afkomstig uit het ideële universum.
Evolutionaire ontwikkelingen worden gekenmerkt door
plotselinge veranderingen, gepaard gaande met crises. Daardoor worden
bestaande vormen en structuren vernietigd, zodat nieuwe manifestaties tot ontwikkeling
kunnen komen. Zo komt uit opgebrande sterren het materiaal voort, waaruit leven
kan ontstaan. Door de strijd voor overleven in de natuur ontstaan de meer
complexe levensvormen. Uit de oorlogen en crises in de menselijke wereld komen
nieuwe technieken, nieuwe ideeën en betere samenlevingsvormen voort.
Die ontwikkeling gaat stapsgewijs: eerst worden alle
mogelijkheden van een bestaand niveau van complexiteit uitgeput en na de
crisis, met veel strijd en leed, volgt de volgende fase van evolutie. Naast
leed en strijd is er ook geluk en schoonheid in de wereld. Veel dieren en
mensen hebben plezier. De schepping toont ook de volmaakte vormen in de natuur,
de variaties aan kleuren van planten en dieren, de creatieve mogelijkheden van
mensen.
De processen van evolutie hebben
betrekking op de materiële ontwikkeling, de manifestaties van levensvormen, de
culturele groei van de menselijke soort en veelal ook op psychologische
verandering.
Deze
processen kennen steeds 5 fasen:
De
eerste fase is steeds ontwikkeling en differentiatie van eigenschappen (1).
Differentiatie leidt tot integratie en confrontatie (2). Dat betekent crisis en
het ontstaan van chaotische structuren (3). In de chaos krijgen nieuwe
varianten hun kans (4).Die ontwikkelen zich waarbij weer toenemende
complexiteit en variatie optreden (5).
Dit zou een algemeen patroon kunnen zijn van de evolutionaire sprong, het
plotselinge optreden van geheel nieuwe manifestaties.
Dat
geldt in de eerste plaats voor de huidige materiële manifestaties in het
heelal. Zo komt uit opgebrande en exploderende sterren het materiaal voort,
waaruit planeten met geschikte condities voor leven ontstaan.
Die
levensvormen bestonden aanvankelijk uit een variëteit van bacteriën. Door
symbiose zijn meer complexe bacteriën ontstaan. Deze vormden de basis voor de
ontwikkeling van de verschillende diersoorten, waaronder de sauriërs, de
reuzenreptielen.
Na
het uitsterven van sauriërs door de inslag van een planetoïde kon het zoogdier
zich verder ontwikkelen. De grote variëteit aan planten en dieren gedurende het
plioceen (ca 4 miljoen jaar geleden), met name in de oerwouden van Afrika,
maakte de komst van de mens mogelijk.
Nieuwe,
meer complexe samenlevingsvormen kwamen voort uit differentiatie en
confrontatie. Zo is door de samensmelting van stamsamenlevingen in archaïsche
tijden, veelal door oorlog, de stadstaat ontstaan. Veroveringen leidden tot
grote (wereld)rijken, zoals het Romeinse Rijk.
In
de recente tijd zien we de culturele integratie en de daarop volgende toename van
complexiteit: In Europa is dat het samensmelten van de oud-Germaanse en
oud-Romaanse culturele tradities met die van de joods-christelijke religieuze
bronnen uit het Midden-Oosten en de Grieks-Romeinse seculiere culturele
impulsen.
Een
totaal nieuwe maatschappijvorm, de huidige technologisch ontwikkelde,
neo-liberale, democratische rechtsstaat is het resultaat. Deze bezit reeds de
inherente contradicties, waaruit nieuwe crises kunnen ontstaan.
III Gaia
De aarde, een planeet van het zonnestelsel, is een
nietig object in de onmetelijke ruimte. De zon is één van de ca 100 miljard
sterren van een spiraalnevel, onze melkweg. Op grond van de huidige stand van
het onderzoek kunnen we er van uit gaan dat er in onze melkweg duizenden
planeten bestaan met geschikte condities voor intelligente levensvormen.
Hetzelfde geldt naar alle waarschijnlijkheid voor vele andere sterrenstelsels.
Het is denkbaar dat die levensvormen diverse manifestaties aangenomen hebben en
over verschillende vermogens beschikken. Helaas is daarover niets bekend.
Het zonnestelsel bestaat niet alleen uit materie,
maar is ook gevormd door de creatieve en ideële krachten. Het heeft een bestaan
als eigen identiteit. Tot dat bestaan behoren de planeten, de manen, de
planetoïden, het ruimtestof, enzovoort. Die bepalen mede de condities voor
schepping en vernietiging van de levensvormen op de aarde, waaronder de
mensheid.
Elk levend organisme heeft kenmerken van de
creatieve en ideële vermogens van het zonnestelsel. Die creatieve vermogens
betreffen het evolutieproces, dat is het scheppen van de hogere vormen van
leven, uiteindelijk de eenheid van creatie, idee en materie. Dit proces begint
met de elementaire vormen van leven en ontwikkelt zich door de manifestaties
van planten en dieren tot en met de mens. Deze krijgen hun vorm door reeds
bestaande blauwdrukken, afkomstig
uit de ideële wereld. Dat geldt zowel voor de eigenschappen van de klassen van
biologische soorten alsook voor de ecosystemen, gevormd door het geheel van
geologische en klimatologische condities en de daarbij behorende levensvormen.
De volmaakte manifestaties in vorm, kleur en
eigenschappen duiden we aan met het begrip schoonheid. Dat kunnen we waarnemen
bij een ondergaande zon aan het strand, bij een zonovergoten berglandschap in
de winter of een tropisch strand met palmbomen. We kunnen de kleuren en vormen
bewonderen van een roos in volle bloei, van een dagpauwoog, een maanvis, een
paradijsvogel of ook van een witte tijger. Schoonheid heeft ook betrekking op
het volmaakte geluid, zoals het ruisen van een bergbeek of het gezang van de
nachtegaal. Op deze aarde hebben de volmaakte vormen van de materiële wereld en
van de levensvormen van planten en dieren zich reeds gemanifesteerd.
De mensheid is nog niet zover. Bij ons is het proces
van evolutie nog in volle gang.
De evolutie van de mens als soort tot en met de homo
sapiens ofwel de mensheid in zijn huidige vorm, manifesteert zich in de
ontwikkeling naar meer complexe sociale structuren en meer functionele – dat
zijn technische, kunstzinnige, politieke, economische, wetenschappelijke,
ethische en esthetische - vermogens.
Het menselijke evolutiepatroon is
sociaal-structureel gezien ruwweg dat van de in stamverband levende mens, die
via de stadstaat, het koninkrijk, het (wereld)rijk, de nationale en
internationale samenlevingsvormen op weg is naar een mondiale samenleving. De
culturele evolutie verloopt van de animistische voorstelling via het
polytheïsme, het monotheïsme, het pantheïsme en het atheïsme naar een rationeel
en spiritueel wereldbeeld.
Voor de mensheid geldt als evolutionair doel de
verwerkelijking van de rationele en spirituele principes. Die leiden tot
vervolmaking van het menselijk leven, zoals de kennis van de natuurlijke
omgeving, de technische beheersing daarvan, de kennis van onszelf, politieke
vrijheid, persoonlijke verantwoordelijkheid, altruïstisch gedrag en schoonheid.
IV Bewustzijn
De individuele
mens beschikt over de vermogens van creatieve, ideële en materiële
expressie. Als zodanig is de mens een afspiegeling van de Scheppende
Intelligentie, “geschapen naar Gods beeld en gelijkenis”.
Het menselijke creatieve vermogen ofwel het
bewustzijn, is niet gebonden aan ruimte en tijd, dus onsterfelijk. Het is een
tijdloos en “oneindig” punt in de ruimte. Het bewustzijn kiest in de
energievormen van creatie, idee en materie zijn manifestaties: Het neemt
doelstellingen, gedachten en een fysieke vorm aan.
Het leven op deze planeet dient ertoe de menselijke
vermogens te vergroten door uit ervaring te leren. Dat geldt zowel voor de
ontwikkeling van praktische functies als voor het inzicht in levensprocessen
als zodanig.
De lichamelijke en ideële manifestaties worden
bepaald door het creatief vermogen. De individuele mens kan over weinig
vermogens beschikken of als genie geboren worden; men kan geboren worden in
bittere armoede of in een wereld van welvaart; men kan een zwak of een sterk en
gezond lichaam meekrijgen. Dat heeft te maken met het proces van karma en reïncarnatie. In vorige levens heeft de mens
ervaring opgedaan, capaciteiten ontwikkeld en een karma opgebouwd. Het karma is
de handeling uit het verleden, die men zelf weer terug krijgt. Het bepaalt de
condities van de huidige en eventueel toekomstige bestaansvoorwaarden. Het
proces van reïncarnatie betekent het doorlopen van de stadia van mens-zijn: de
ontwikkeling van lichamelijke, sociale, ideële en creatieve vermogens.
De mens met een nog niet ontwikkeld bewustzijn is
gehecht aan aardse genoegens en eigenschappen. Geld, roem, status, sexuele
bevrediging zijn belangrijk. Die versterken het persoonlijk ego ofwel het
zelfbeeld.
Uit de psychologie en de sociologie weten we dat het
ego en het daaruit voortkomend gedrag wordt bepaald door de biologische
gegevens, waaronder erfelijke eigenschappen, driften en behoeften en tevens
door de conditionering voortvloeiend uit de normen en waarden van de groep
waarin het individu opgroeit. Daaronder zijn ook die van de samenleving en de
daar geldende gedragsregels.
Creatief dan wel destructief gedrag hangt samen met
de erfelijke eigenschappen, jeugdervaringen, de bevrediging van behoeften en de
feitelijke sociale condities, zoals armoede, werkloosheid en discriminatie.
Over het probleem van destructief, met name agressief gedrag is nog weinig
bekend. Dat geldt op individueel niveau, maar meer nog voor de vele vormen van
collectieve agressie, zoals massamoord, oorlog en burgeroorlog. Het wordt hoog
tijd dat de sociale wetenschappen duidelijkheid verschaffen over de oorzaken
daarvan en over de middelen die te voorkomen of te beperken.
De mens op
weg naar spiritualiteit zoekt de verbinding met het creatieve universum, de
energetische manifestatie, waaruit alle schepping voortkomt. Daar ontdekt
hij/zij de hogere vermogens: Inzicht in levensprocessen, kennis van de omgeving
en van zichzelf, verwezenlijking van praktische, artistieke, technische,
wetenschappelijke, filosofische en/of religieuze doeleinden. De spirituele mens
is ook zelfreflectief. Hij/zij kent de lijn die loopt door zijn levens als mens
en misschien ook nog wel als dier. Hij/zij weet welke eigenschappen ontwikkeld
zijn en welke nog ontwikkeld moeten worden. Hij/zij begrijpt in welke situatie
hij/zij leeft, wat de mogelijkheden en beperkingen zijn. Hij/zij weet de betekenis
van zijn/haar relaties. Hij/zij ziet de karmische verbanden, die zijn/haar
huidige situatie heeft voortgebracht.
Hij/zij begrijpt ook in welke situatie de
maatschappij en de mensheid verkeert.
Spiritualiteit is daar aanwezig waar het individuele
bewustzijn verbonden is met het universele bewustzijn ofwel de Scheppende
Intelligentie, “Atman is Brahman”. Dat betekent de ontwikkeling van de eigen
gedragingen, de eigen voorstellingen, het eigen verstand en het eigen
bewustzijn op alle niveau’s van bestaan. Het betekent ook dat men anderen
daarin helpt. Voorwaarden zijn een gezonde levenswijze, vegetarisme,
bescherming van de natuur, de studie van spirituele bronnen en meditatie.
Mensen met een spiritueel vermogen zien zichzelf en de mensen in hun omgeving, de
mensheid, de natuur, de aarde en de kosmos als één geheel.
De spirituele mens beschikt ook over een ego, een
beeld van eigen kunnen en willen. Dat ego zal soms gebruikt moeten worden als
dit nodig is voor zelfbescherming, met name tegen agressie of natuurgeweld. Dat
is nu maar onvermijdelijk in onze samenleving, maar het vereist wel een juist
oordeel. Zo kan het verrichten van spiritueel werk in de wereld leiden tot een
conflict met de samenleving. Het naar buiten treden als denker of als
spiritueel leraar brengt risico’s met zich mee. Het kan nodig zijn grote offers
te brengen. Dat betekent een sterke groei van geestelijke vermogens en een
verruiming van het bewustzijn. De mensheid zal dat werk veelal pas later
begrijpen, met name als dat nodig is voor zijn ontwikkeling en voor de
bevordering van het leven op deze planeet.
De weg naar spiritualiteit is moeilijk te begaan.
Het verlangen naar dit pad kan een aangeboren eigenschap zijn, maar dat komt
zelden voor. De regel is dat we eerst in een crisis terecht komen, een
vertwijfeling, waarin alle aangeboren en aangeleerde voorstellingen en
gedragingen als zinloos worden ervaren. Dan ontstaat het zoeken naar nieuwe waarden en nieuwe wegen en dan
komen we op het pad van de bewustzijnsontwikkeling. Aanvankelijk hebben we
daarbij hulp nodig van anderen die reeds verder gevorderd zijn. Daarna gaan we
zelf op zoek en dan volgen we met vallen en opstaan dit moeilijk begaanbare
pad.
De
Scheppende Intelligentie is de bron van alle creatie. Creatie is bewustzijn en
bewustzijn is verbinding. Datgene wat verbindt is liefde, waarheid, schoonheid:
de moeder en het kind, de wetenschapper en zijn ontdekking, de kunstenaar en
zijn kunstwerk. Het is onze taak om dit bewustzijn te ontdekken, de
uiteindelijke opdracht voor het menselijk leven.
Een volledig opgaan van het individuele bewustzijn
in het universele bewustzijn, zoals dat wordt nagestreefd in bepaalde vormen
van meditatie is vanuit een aards bestaan slechts voor enkelen mogelijk. Onder
hen bevinden zich de grote leraren van de mensheid.
V Integraal systeem
De maatschappij, op wereldschaal, kan worden
beschouwd als een geheel van maatschappelijke eenheden, dat zijn naties en
volken. Een nationale eenheid, bijvoorbeeld Nederland, maar soms ook een etnische
of religieuze groepering beschrijven we in de sociale wetenschappen als een
sociaal systeem.
Een sociaal systeem kan men onderverdelen in
politieke, economische en culturele subsystemen. Het politieke subsysteem
betreft de organisatie van de staat en de openbare diensten; de economie regelt
de productie van goederen en diensten; de cultuur is het geheel van denkwijzen
en de daaruit voortkomende vormen van kennis, wetten, regels en voorstellingen.
In de regel overheerst binnen een sociaal systeem één
van de subsystemen de beide andere. In de huidige situatie overheerst in de
westerse en in de meeste andere industriële samenlevingen steeds meer het
economisch subsysteem. De bedrijven moeten winst maken om te blijven bestaan.
De overheden bevorderen het proces van economische groei. De media stimuleren
een consumentistische mentaliteit. Daardoor leven we meer en meer in een materialistisch-hedonistische
samenleving, een “pretcultuur” van
werk en vooral van welvaart en plezier. Weliswaar zijn er tegentendenzen in de
vorm van nieuwe religies door immigratie, groeiende christelijk-sectarische
bewegingen en vooral van een verscheidenheid van moderne spirituele richtingen.
Het standaardpatroon, dat door steeds meer landen nagevolgd wordt, is de
seculiere samenleving, gekenmerkt door een grote verscheidenheid van
opvattingen, ook wel postmodernisme genoemd, een wereld zonder “grote
verhalen”.
De gevolgen zijn:
- een versneld opraken van de natuurlijke
hulpbronnen, zoals olie en gas;
- een vernietiging van vele ecosystemen, waaronder
oerwouden en bossen;
- een verandering van het wereldklimaat leidend tot
droogte, hitte, cyclonen en overstromingen;
- een consumentistische mentaliteit met
verschillende vormen van verslaving en ziekten als gevolg;
- een banalisering van de culturele presentaties
door de media;
- een toename van de criminaliteit ten gevolge van
de grote verschillen tussen rijken en armen;
- een toename van migratiestromen door de
voortdurende confrontatie – vooral door de media - met die verschillen.
Deze condities leiden onvermijdelijk tot een nieuwe
wereldcrisis. Het is dan ook dringend nodig dat dit gedragspatroon beeïndigd
wordt. Een nieuwe mentaliteit ofwel een “nieuw verhaal”, gericht op natuurbehoud, culturele ontwikkeling en
spiritualiteit is nodig voor het behoud van de aarde, de biodiversiteit en
de mensheid. We moeten werken aan de overgang van de doelstelling van
economische groei naar die van culturele groei en ecologische
verantwoordelijkheid.
Binnen deze doelstelling past geen overheersing van
het economische, het politieke of van een ander dominant systeem. Daarom zijn
er nieuwe integrale modellen nodig voor de opbouw van sociale systemen.
Een eerste vereiste is de nevenschikking van de
politieke, economische en culturele subsystemen. Dat wil in de huidige situatie
zeggen dat het economische subsysteem aan betekenis zal verliezen, terwijl het
politieke en het culturele subsysteem belangrijker worden. De tweede vereiste
is de verbinding tussen de subsystemen door normen en waarden. De verbindende
principes zijn die van menselijke zelfontplooiing, sociale gelijkwaardigheid en
bescherming van de natuur.
Het zijn de politieke partijen, het onderwijs, de
media en de NGO’s, de particuliere organisaties, die het voortouw kunnen nemen
voor maatschappelijke vernieuwing. Dat betekent persoonlijkheidsontwikkeling,
culturele verdieping en ecologisering als doelstellingen van de programma’s van
politieke partijen, onderwijsinstellingen en media. De oprichting van een
nieuwe NGO, gericht op maatschappelijke verandering in deze betekenis is
daartoe noodzakelijk.
Wat betreft de vernieuwing van de subsystemen zelf
het volgende:
Op politiek
niveau is het proces van democratisering, het bevorderen van mensenrechten
en het streven naar vreedzame oplossingen voor maatschappelijke conflicten nog
gaande. Daarin is in de periode van 1950 – 2000 vooruitgang opgetreden. Het
westerse model is voor vele volken een voorbeeld. Er zijn ook volken en
groeperingen die zich juist daartegen verzetten. De poging van sommige westerse
landen om deze beginselen met geweld op te leggen, werkt averechts en leidt tot
terrorisme.
In de westerse landen is het beginsel van
democratische besluitvorming in de politieke sector in hoge mate aanvaard. In
de relaties met minderheden wordt gewerkt aan integratie en beperking van
discriminatie en ook in de gezinnen neemt de gelijkheid tussen man, vrouw en
kinderen toe.
Anderzijds worden ook in de westerse landen deze
humanistische idealen voortdurend geschonden.
Door de privatisering van bedrijven van algemeen belang, zoals de
nutsbedrijven, post en spoorwegen verdwijnt de democratische contrôle. De V.S.
beginnen een oorlog zonder toestemming van de Verenigde Naties. Zij gebruiken
methoden van opsluiting en verhoor, die niet in overeenstemming zijn met de
internationale verdragen. De V.S. werken ook niet mee aan de totstandkoming van
verdragen die de klimaatverandering tegen gaan.
De overheid heeft ook tot taak de rechtvaardigheid
in de samenleving te bevorderen. De verschillen in inkomen en bezit in de
huidige westerse samenlevingen zijn ethisch onaanvaardbaar. Er zullen
maatregelen moeten komen om hieraan een eind te maken. De noodzaak van
beëindiging van discriminatie, van achterstelling van etnische of religieuze
groeperingen en van grote verschillen in inkomen en bezit, geldt ook voor vele
minder welvarende en arme landen.
Daarnaast zal bij de overheden, nationaal en
internationaal, een andere basis voor de besluitvorming gevonden moeten worden.
Regeringen en vooral politieke partijen stellen nu hun beleid af op de
verkiezingen. Dat zijn korte-termijn belangen. Een goed bestuur richt zich op
de lange termijn. Daartoe zouden speciale commissies van de overheden met
besluitvormende bevoegdheden moeten dienen. Zij moeten de doeleinden en de
mogelijkheden vaststellen. De regeringen en parlementen kunnen dan keuzes maken
en voorstellen doen.
In de sector van de economische productie, die van het bedrijfsleven, is er geen sprake
van democratische verhoudingen. De macht in het bedrijf berust bij de managers
en de aandeelhouders, met als gevolg ethisch onaanvaardbare verschillen in
macht, bezit en inkomen. Er zal dan ook een proces van democratisering binnen
het bedrijfsleven op gang moeten komen. Omdat bedrijven andere belangen
nastreven dan overheden, zal die democratische besluitvorming op andere wijze
moeten geschieden.
Dat houdt in dat de bij het middelgrote en grote
bedrijf betrokken groeperingen (de “stakeholders”) direct bij het bestuur
betrokken zijn. Dat zijn de werknemers, de gemeenschap, maatschappelijke
organisaties, de toeleveranciers, de afnemers én de kapitaalverstrekkers. Het
zwaartepunt ligt daarin bij de werknemers, want zij hebben het meest directe
belang bij een gezond bedrijf. Dat heeft consequenties voor de positie van de
vakbeweging.
Verder zullen er overwegingen van rechtvaardigheid
moeten gelden en dat betekent dat de inkomensverschillen drastisch moeten
verminderen. Winsten kunnen worden gebruikt voor extra uitkeringen aan het
personeel, investeringen, voorzieningen en sponsoring.
Verder zal ook in het bedrijfsleven het zwaartepunt
van de besluitvorming naar de overwegingen betreffende de lange termijn moeten
verschuiven. Dat geldt voor alle bedrijfstakken, maar vooral ook voor de
grotere en grote bedrijven. Dat betekent dat het productie-apparaat niet wordt
gebruikt ter bevrediging van kunstmatig opgevoerde consumptieve behoeften, maar
voor het voorzien in algemeen menselijke behoeften, met name de behoeften aan
onderwijs, vorming, zorg en bescherming tegen terreur en natuurcatastrofes.
Ook in deze sector zal de gedachte aan “groei”
plaats moeten maken voor de omschakeling naar duurzame productie en dat kan
niet lang meer wachten.
Ook op cultureel
gebied is een totale vernieuwing noodzakelijk. In de westerse wereld komt
de kennis van onze culturele erfenis op steeds lager niveau. Een culturele renaissance kan daarin
verandering brengen. De materialistisch-hedonistische mentaliteit zal plaats
moeten maken voor een ethiek van natuurontwikkeling, culturele tradities en
spiritualiteit. Daarbij kunnen we ook werken aan nieuwe vormen van religie,
filosofie en kunst. Het gezin, het onderwijs en de media zijn de
verantwoordelijke instituties.
De toekomstige mens zal ook weer esthetische
principes in acht moeten nemen. Onze huidige wereld van lelijkheid kan worden
afgebroken en er kunnen nieuwe vormen van schoonheid ontwikkeld worden.
Schoonheid vinden we in de natuur en in vroegere culturele producten in kunst
en architectuur, overal ter wereld. Die kunnen als bron van inspiratie dienen
voor nieuwe kunstvormen.
Voor de ontwikkeling van een nieuwe ethiek dienen
ook de Centra voor Integraal Denken,
waarin kunstenaars, natuurwetenschappers, artsen, psychologen, therapeuten,
sociologen, pedagogen, filosofen, theologen en spirituele leiders samenwerken.
Zij kunnen mensen, groepen en instituties de weg wijzen naar gezondheid, naar
de juiste vormen van therapie, onderwijs, expressie, wetenschap, redenering,
vorming en meditatie. Rationeel denken en handelen, bewustwording en de
ervaring van eenheid zijn de primaire doeleinden.
VI Wereldregering
Tot de golven van vernietiging die deel uitmaken van
het proces van evolutie, behoren natuurgeweld en vooral ook oorlogen en massamoorden.
Over de oorzaken van laatstgenoemden is nog weinig bekend, maar aangenomen kan
worden dat machtsconcentratie, economische uitbuiting en ideologisch
fundamentalisme daarmee te maken hebben. Er zijn procedures ontwikkeld om
conflicten te vermijden of te beperken. De werking van die procedures is nog
verre van efficiënt. Het zijn vooral de Verenigde Naties die daartoe veel meer
macht en bevoegdheden moeten krijgen. Zware crises kunnen pas verhinderd worden
indien er een krachtige wereldregering komt.
In de toekomst zullen steeds meer ecologische crises tot rampen en
conflicten leiden. Wij buiten de natuur tot in extreme proporties uit. Wij gaan
ook op de verkeerde manier met dieren om. De bio-industrie, de jaarlijkse
massale en zinloze slachting onder de jonge zeehonden, de kweek van pelsdieren
en het rituele slachten zijn een bewijs voor het inherente barbarisme van
traditionele én moderne, welvarende samenlevingen. De komende crisis zal dan
ook vooral een ecologische crisis zijn. De tsunami’s, aardbevingen en cyclonen
in het jaar 2004 en daarna zijn daarvan de voorbodes. De natuur reageert op
menselijk wangedrag.
Verder is er steeds het gevaar dat de atoombom in
handen komt van terroristische regeringen of groeperingen.
Ook uit de ruimte dreigt gevaar: In 2035 komt de
planetoïde Apophis langs de aarde met kans op inslag. De verwoesting die
daarvan het gevolg kan zijn, is niet te overzien. De dreiging van epidemieën
door aids, griep of andere ziektes is steeds aanwezig. Alleen een ethisch
verantwoordelijke wereldregering kan effectief tegen deze gevaren optreden.
Nu streven wij naar privé-rijkdom met als
consequentie collectieve armoede. Mensen overal in de wereld willen auto’s,
t.v.’s, computers, wereldreizen, grote hoeveelheden voedsel. Maar we nemen te weinig maatregelen tegen
overbevolking, armoede, sociale onrechtvaardigheid, natuurvernietiging,
dierenmishandeling, overstromingen, aardbevingen, perioden van droogte en
hittegolven.
Deze processen zijn onomkeerbaar. De politiek en de
economie zijn ziende blind. Vele wetenschappers, waaronder die van de Club van
Rome, weten dat er binnen enkele tientallen jaren een nieuwe en zware
wereldcrisis zal optreden. Dit is onvermijdelijk, tenzij de mensheid de kans
aanvaardt om te leren, dat wil zeggen dat we gaan denken vanuit ecologische,
sociale en culturele principes. Dan zou er een periode kunnen komen, waarin de
wereld wordt geleid door wetenschappelijke modellen, waarin een strikte
planning wordt aangegeven van bevolking, productie, verdeling van welvaart,
gebruik van natuuurlijke energiebronnen en natuurbeheer.
Een redelijke verdeling van alle middelen over alle
mensen is een eerste voorwaarde voor de politieke invulling van een nieuwe ethiek. Dat kan indien de
–wetenschappelijke - modelmakers en de – economische en politieke - uitvoerders
voldoen aan de strengste eisen van rationaliteit en ethische verantwoording.
Dat geldt ook voor de technici die werken aan de bescherming tegen natuurgeweld
en voor anderen die plannen maken voor de kolonisatie van planeten en manen
binnen ons zonnestelsel.
Al 60 jaar lang bezoek ik het Noordzeestrand in
Noord- en Zuid-Holland. Toen ik 11 was ging ik op de fiets door de duinen bij
Santpoort naar zee, de hond liep achter mij aan. Nu loop ik door de duinen bij
Noordwijk naar het strand. Daar is een restaurantje met uitzicht van
Scheveningen tot Zandvoort.
Een strand aan zee, hier en ook elders, is altijd
een heel bijzondere plek. Met helder en warm weer worden we geconfronteerd met
de 4 natuurelementen, die het leven en de evolutie van dat leven op deze aarde
mogelijk hebben gemaakt. Het schone zand, het golvende water, de lucht met
wolkenflarden en de stralende zon zijn hier in volstrekte harmonie aanwezig.
Ook de schaarse planten, zoals het helmgras, de
dieren, vooral vogels, maar soms ook honden en paarden met ruiters maken deel
uit van dat beeld. Volwassenen genieten van de zon en de warmte, de voorwaarden
van het ontstaan van al het leven. Kinderen zoeken schelpen en graven
“kastelen” met “grachten” die bij vloed vol water lopen. Er zijn ook jongelui
met vliegers en sommigen spelen voetbal. Af en toe zie je een vissersboot of
een zeilboot. Er is koffie en ijs; iedereen is tevreden. De regelmatige
golfslag begeleidt het hele tafereel. Kleur, vorm, geluid, natuur en menselijk
leven zijn hier één geheel, het ultieme doel van de schepping.
’s Avonds is
er de stilte van de natuur in zijn vier elementen.
![]()
![]()


Noordzeestrand bij
avondlicht (foto Hello Cards)
I Overgang
De
periode van1914 tot 1950 is die van de grootste crisistijd in de
wereldgeschiedenis. Er hebben 2 wereldoorlogen plaatsgehad, 3 grote
burgeroorlogen, te weten in Rusland, Spanje en China, er is een economische
wereldcrisis geweest, in talloze landen waren er revoluties, met name
fascistische en communistische, en er zijn koloniale bevrijdingsoorlogen
gevoerd. In totaal zijn ten minste 70 miljoen mensen door geweld omgekomen.
Na
1950 hadden we te maken met de koude oorlog. In 1989 vond de omwenteling in
Oost-Europa plaats, waardoor de tegenstelling oost-west grotendeels is
opgeheven. De uitkomst daarvan is de overwinning van de westerse principes,
zoals die van de politieke democratie, van de ethiek van de mensenrechten en
van procedures die moeten leiden tot het oplossen van politieke geschillen.
Deze processen zijn nog steeds gaande, maar duidelijk is dat er in de vorige
eeuw na 1950 voortdurend vooruitgang is geboekt.
Op
economisch gebied zien we steeds meer een globalisering van productieve
activiteiten binnen een wereldwijd liberaal-kapitalistisch systeem. Een
uitzondering is de economische invloed van China, waar nog steeds de
staatsmacht, onder de ideologie van het communisme, overheersend is.
Daarnaast
zijn er nieuwe maatschappelijke principes ontwikkeld. De invloed van
collectieve verbanden, zoals die van de religie en van de familie, is afgenomen
ten gunste van het individualisme. Het humanisme en de existentiefilosofie
hebben het principe van de zelfontplooiing geformuleerd op basis waarvan
onderwijs en hulpverlening worden georganiseerd.
Ideëel
gezien is er na 1950 sprake van een teruggang van religiositeit en een sterke
toename van wetenschappelijke procedures en daarop gebaseerde kennis. In het
algemeen kan gesproken worden van een toename van een atheïstische,
materialistische en pragmatische instelling, met name in het industrieel
ontwikkelde deel van de wereld.
Vele
van de nieuwe principes zijn antithetisch, omdat zij zijn gebaseerd op de
afwijzing van de oude sociale structuren en ideële voorstellingen. De
maatschappelijke macht is in hoofdzaak in handen gekomen van het bedrijfsleven,
waar winst, werk en welvaart de centrale doelstellingen zijn. De moderne
denkwijzen gaan gepaard met een hedonistische levenswijze. De nadruk op de
individuele ontwikkeling heeft in zijn negatieve aspecten egoïsme en egocentrisme tot gevolg met sociale en psychische
conflicten als onvermijdelijke consequenties. Relatieproblemen en psychische
verarming, zoals eenzaamheid en verslaving – alcohol, drugs, gokken,
koopverslaving – behoren tot de consequenties
Noodzakelijk
is het ontwikkelen van nieuwe integrale
vormen van organisatie en voorstelling. Het hier voorliggende ontwerp is
gebaseerd op de erkenning van de individuele mens als zelfstandige en bewuste
eenheid, maar die eenheid maakt ook deel uit van:
1. Een religieuze, etnische of nationale
groepering met eigen tradities.
2. Een mensheid die een zeer snel verlopend proces
van evolutie doormaakt.
3. Een wereldecologisch systeem, dat is
gebaseerd op het evenwicht tussen natuurlijke processen en menselijke
activiteiten.
4. De planeet aarde als onderdeel van ons
zonnestelsel, de melkweg, het heelal en de kosmos.
II De
kosmos
De
bron van al het bestaande is de Scheppende Intelligentie.
Dat
is de oorsprong van een evolutionaire kracht, gericht op een toenemende
complexiteit en variatie van levensvormen, toenemende aanpassing aan en
beheersing van de materiële en natuurlijke omgeving en toenemende verbondenheid
met de hele schepping: de kleuren, vormen, klanken, ideeën en principes.
Men
kan deze scheppingskracht God noemen. Dan bedoel ik wel het deïstische,
onpersoonlijke, godsbegrip. We kunnen ook begrippen uit andere culturen
gebruiken. In de oosterse voorstelling (hindoeïstisch) is Brahman de
onpersoonlijke schepper van machten en krachten, die het heelal regeren. Shiva
is behalve schepper ook vernietiger. In de Chinese filosofie wordt het begrip
TAO, waaruit alles voortkomt en ook weer daarin terugkeert, gebruikt.
Gezien
de traditionele kaders behorende bij reeds lang niet meer bestaande
samenlevingen en de daarbij behorende associaties die deze voorstellingen
oproepen, zullen wij deze begrippen zo weinig mogelijk gebruiken. Het is aan te
bevelen een modern begrip te nemen, dat goed aansluit bij een filosofische
benadering gebaseerd op wetenschappelijke grondslagen.
De
drie energetische dichtheden – de universa van materie, idee en creatie -
kennen ieder een eigen bestaan, maar doordringen elkaar ook.
De
materiële wereld is voor ons met de zintuigen waarneembaar, veelal ook met
behulp van instrumenten. De kenmerken van ruimte en tijd zijn meetbaar. De
materie is onderworpen aan de ideële krachten, te weten de natuurwetten,
gebaseerd op wiskundige principes en de natuurconstanten. Deze principes
bepalen de ordening van de materie: het ontstaan van sterrenstelsels, sterren,
planeten, manen, kometen, planetoïden, gaswolken, etcetera.
De
ordening van het materiële universum heeft zodanige kenmerken, dat onder
gunstige omstandigheden leven kan ontstaan. Dat wordt het antropisch principe genoemd: Het materiële universum heeft juist de
kenmerken, die geschikt zijn om de bouwstoffen voor het ontstaan leven te
produceren. Zo komen uit exploderende sterren belangrijke basiselementen van
het leven voort, zoals de elementen koolstof en zuurstof. Bij de vorming van
planeten kunnen zich omstandigheden voordoen, waarin levende vormen tot
ontwikkeling komen. Die planeten moeten dan de juiste samenstelling van
materiële grondstoffen, zoals de aanwezigheid van water, en de juiste
temperatuur kennen.
Het
materiële deel van de kosmos, het voor ons waarneembare heelal, maakt slechts
een gering deel van de totale hoeveelheid energie uit (ca 4%). In de astronomie
is bekend dat de niet waarneembare delen, te weten de donkere materie en de
donkere energie, kwantitatief een veel belangrijker plaats innemen (resp. ca
21% en 75%). De donkere materie
bevindt zich om en tussen de sterrenstelsels. De donkere energie bestaat uit energievormen, die de expansie van het
heelal veroorzaken. Deze energie heeft dus een afstotende werking op de ons
bekende materie.
In
de natuurkunde zijn ook de verschijnselen bekend van de energie van de lege
ruimte en van de anti-materie. Die vormen van energie kennen we nog maar in
zeer beperkte mate. Het is mogelik dat we hier veel verborgen wetten en
krachten vinden, zoals die van de zwaartekracht.
Het
is een veronderstelling van dit manifest, dat de verborgen werelden waarover
verhalen, mythologiën, epossen en religies vertellen, ten dele voortkomen uit
bovenzinnelijke waarnemingen in deze energetische velden. Dat zou kunnen
betekenen, dat beschrijvingen van elfen, geesten, monsters, engelen, goden,
godinnen, het nirwana, de hemel en de hel en alle benamingen die daarvoor
gelden, intuïtieve waarnemingen betreffen van deze werelden gepaard gaande met
psychische en sociale projecties, gebaseerd op oerervaringen.
Projecties
betreffen voorstellingen van geesten, goden en godinnen die zijn gebruikt om
natuurverschijnselen en menselijke eigenschappen te verklaren. Aan God, Allah
en Brahman zijn mannelijke kenmerken toegevoegd, zoals “Onze Vader”, “Groot” en
“de Heer”. Dat zijn projecties van menselijke ervaringen in de patriarchale samenlevingsvormen.
De begrippen hemel en hel dienden als beelden om mensen en kinderen te dwingen
de wil van kerkelijke leiders en ouders in die patriarchale samenlevingen uit
te voeren.
Het
is van belang de intuïtieve waarnemingen uit andere energetische dichtheden,
die een zekere mate van werkelijkheidswaarde kunnen hebben, te scheiden van
deze menselijke projecties.
De
ideële krachten geven niet alleen vorm aan de materie. De evolutie van de
levende vormen is resultaat van de in het ideële universum bestaande
mechanismen en blauwdrukken. Deze bepalen de elementaire eigenschappen van de
levende vormen, waardoor klassen van soorten ontstaan, zoals micro-organismen,
planten, vissen, amfibieën, reptielen, vogels, zoogdieren, enzovoort.
Evolutionaire processen zijn doelgericht: de realisatie van de in de
blauwdrukken vastliggende eigenschappen.
Het
in de biologie bekende mechanisme van mutatie en selectie zorgt voor de
aanpassing van de soorten aan de ecologische omstandigheden. Het feit dat zich
bij de vorming van de soorten geheel verschillende uiterlijke manifestaties
voordoen, heeft te maken met het principe van overleven in de veelheid van
ecologische systemen, dat tot grote variaties binnen en tussen de soorten kan
leiden. Er zijn miljoenen soorten van planten en dieren.
De
in sommige kringen binnen de biologie bestaande veronderstelling dat er “intelligent design” aan de ontwikkeling
van de biologische soorten ten grondslag ligt lijkt dan ook deels juist. De
ontwerpen ofwel blauwdrukken zijn ideële structuren, die mogelijk al in de DNA
van de cellen van de verschillende levensvormen aanwezig zijn. Bij de
ontwikkeling naar toenemende complexiteit kunnen die structuren onder bepaalde
omstandigheden een functie gaan vervullen. Het vermogen tot ontwikkeling van
dergelijke functies, zoals de sexuele selectie, het vermogen zich te
verplaatsen, het vermogen van waarnemen, het jachtvermogen, de zelfbescherming
door vluchtgedrag, door het graven van holen of door gif te verspreiden zijn
vermoedelijk in de blauwdrukken al aanwezig en kunnen door de omstandigheden
geactiveerd worden.
De
hoogste vorm van energie is die van het scheppend vermogen.
Dit
komt voort uit bewustzijn, het besef van bestaan. Bewustzijn is universeel én
individueel en heeft een teleologische (doelgerichte) structuur, het is gericht
op verwerkelijking van de eigen wezenlijke aard.
Alle
levensvormen beschikken over bewustzijn, hoe gering dat ook kan zijn. Het
bewustzijn van een plant of dier bestaat in het streven naar overleven zowel van
de individuele exemplaren als van de soorten. De ideële principes van overdaad
in de voortplanting en van mutatie en selectie bij de aanpassing aan veranderde
omstandigheden, behoren daartoe. Dat geldt ook voor de principes van
samensmelting of symbiose van levensvormen, veelal binnen bepaalde ecologische
systemen, die gericht zijn op het ontstaan van meer complexe vormen.
Dit
streven naar individueel en collectief overleven geldt ook voor het menselijk
leven en samenleven. Daarnaast komen de creatieve en ideële krachten van de
mens tot expressie in de vermogens tot taal, klank, abstractie, expressie,
begripsvorming, redenering en voorstelling. Alle producten van organisatie,
kunst, techniek, wetenschap, ethiek, religie en filosofie hebben hun oorsprong in
het ideële universum.
Ook
hierbij hebben we te maken met een evolutionair proces van toenemende
complexiteit en variatie. Deze komen tot uiting in de veelheid van talen en
religies, in de vele vormen van kennis en in de grote variatie in beroepen
leidend tot de technische, kunstzinnige, politieke, wetenschappelijke en
filosofische prestaties van de mensheid.
De
ontwerpen van de 3 manifestaties hebben een
gemeenschappelijke structuur: Vanuit betrekkelijk simpele oervormen komen
door de processen van evolutie meer complexe functionele en structurele vormen
te voorschijn met een grote mate van variatie.
Dat
gebeurt stapsgewijs: Indien de ene fase van evolutie de volmaakte vorm heeft
gevonden ontstaat de volgende fase.
De
materiële evolutie begint met de vorming van sterren uit het element waterstof.
Door de verbranding worden de andere – zwaardere - elementen gevormd.
Explodeert de ster, dan worden de materiedeeltjes in de ruimte verspreid,
waarna door samenklontering planeten kunnen ontstaan. Onder bepaalde
omstandigheden zijn dat planeten met een volmaakte materiële vorm (de bolvorm),
temperatuur en samenstelling. Dat is – voor zover wij althans weten – een
planeet met water, vruchtbare aarde, zuurstof en geschikte temperaturen, zoals
onze aarde. Dat zijn de condities waarin meer ontwikkelde vormen van leven
kunnen ontstaan.
De
tweede fase is die van de levende vormen. Evolutionaire processen voltrekken
zich in deze fase met als doel de realisatie van bestaande blauwdrukken, dat
wil zeggen ontwerpen van levende vormen, die aangepast zijn aan de gegeven
ecosystemen.
Dit
proces gaat veelal schoksgewijs. Het uitsterven van de sauriërs, de verst
ontwikkelde reptielen, door de inslag van een planetoïde, heeft de verdere
evolutie van de vogels en van de zoogdieren mogelijk gemaakt.
Nadat
de blauwdrukken van mogelijke plantaardige en dierlijke levensvormen zich
gerealiseerd hebben – in het water, op het land, in de bomen, in de lucht –
waren de condities aanwezig voor het ontstaan van de mens. Deze heeft tot nu
toe drie fasen van evolutie meegemaakt. Het is hoogst waarschijnlijk, dat zich
hierbij rampen hebben voorgedaan.
Het
Bijbelverhaal over de uitdrijving uit het paradijs zou daarop kunnen wijzen. De
vroegere mensensoorten leefden in ideale omstandigheden in centraal Afrika, een
perfect ecosysteem. Door een vulkaanuitbarsting – “een engel met een vlammend
zwaard”- zijn zij verdreven, waarna alleen de mens die gegeten heeft van de
“boom der kennis” – de homo sapiens ofwel de moderne mens- kon overleven.
In
deze fase van de menselijke soort worden ook stadia van evolutie doorgemaakt.
De variëteit van stammen van oermensen – vissers, verzamelaars, jagers, nomaden
- zijn op diverse plaatsen door verovering samengevoegd. Daardoor kon landbouw
en veeteelt, handel en elementaire productie van goederen tot stand komen. Door
de bewerking van steen konden steden, tempels en pyramiden gebouwd worden. Het
gebruik van het paard en van de schrift maakten communicatie en administratie
mogelijk. De leiding van de stadstaten werd uitgeoefend door de koning. Stadstaten werden samengevoegd tot
natie-staten en keizerrijken. De religies waren noodzakelijk om eenheid te
scheppen.
Bij
de overgang van de oersamenleving naar de eerste hoogkulturen van Sumerië,
Egypte, de Indus en China – vanaf circa 4000 v. Chr. zou de “zondvloed” van
belang kunnen zijn. Dit verhaal komt in vele oude culturen voor, zoals het
Egyptische verhaal over Atlantis. Het is waarschijnlijk dat het smelten van de
ijskappen na de laatste ijstijd daarin een rol heeft gespeeld.
Deze
culturele bloei heeft zich binnen het gebied van de Middellandse Zee verder
voltrokken. Daarbij deed zich een culturele differentiatie voor: de joodse, de
christelijke en later de islamitische godsdiensten, de Griekse filosofische
systemen en de Romeinse literatuur en wetgeving. Deze werden opgenomen in de
smeltkroes van volken van Europa, waarin
nieuwe, krachtige culturele impulsen tot bloei konden komen, te weten
die van de wetenschap, de technologie, de industrie en de democratie. Grote
chaos en oorlogen – godsdienstoorlogen, Napoleontische oorlogen, eerste en
tweede wereldoorlog, revoluties en economische crises - waren nodig om de oude
structuren te vernietigen. De macht van koningen, keizers, adel en kerk werden
gebroken. Daardoor kwamen de nieuwe impulsen tot volle ontwikkeling.
Dit
proces gaat nog steeds voort en is onomkeerbaar. De moderne samenleving krijgt
meer en meer zijn vorm, maar de inherente tegenstellingen zijn in het nieuwe
concept reeds aanwezig.
Het
menselijk avontuur gaat wel verder tot en met de verwezenlijking van alle
potenties: Dat zijn de absolute materiële manifestaties, de absolute ideëel
gefundeerde processen en het absolute bewustzijn. De fundamentele
rationaliteit, de ethiek van eenheid en de esthetiek van schoonheid behoren
daartoe.
De
hele keten van evolutionaire sprongen is reeds in het oorspronkelijk ontwerp
aanwezig.
III De aarde
Er zijn berekeningen gemaakt over het aantal
planeten in het heelal waarop zich intelligente levensvormen kunnen voordoen.
Sommige berekeningen komen op duizenden alleen al in onze melkweg, anderen op
vrijwel geen enkele. Het SETI-project, Search for Extra-Terrestrial
Intelligence, heeft voor zover bekend nog niet tot resultaat geleid.
Leven in de betekenis van een levend organisme kan
ontstaan op planeten, die de geschikte kenmerken hebben. Op dit moment (2006)
zijn er circa 150 sterren, waarvan vaststaat dat zij een of meer planeten
hebben (exoplaneten). Geschat wordt
dat de helft daarvan omstandigheden kent met gunstige voorwaarden voor het
ontstaan van leven.
Dit resultaat is pas het begin van het onderzoek
naar exoplaneten.
Binnen ons zonnestelsel is er zeer waarschijnlijk ontwikkeld leven geweest op Mars. Het landschap blijkt mede gevormd door opgedroogde rivierbeddingen, er is een heuvel in de vorm van een menselijk gezicht waargenomen, er is een teken op een rotsblok gevonden.
Het verschijnsel UFO zou kunnen wijzen op levensvormen die van buiten het
zonnestelsel komen. UFO’s zijn wijdverbreid waargenomen, ook al in de
Middeleeuwen. Er komen steeds weer nieuwe meldingen. Het verschijnsel bestaat
uit waarnemingen, soms ook met radar, van duidelijk te onderscheiden
lichtgevende bol- of sigaarvormige objecten, die zeer kunstmatige bewegingen
maken. Dat duidt op de aanwezigheid van intelligente sturing. Aangezien er in
ons zonnestelsel geen waarnemingen zijn gevonden over buitenaardse, nu
bestaande intelligente levensvormen, zouden de UFO’s vanuit een ander
planetenstelsel moeten komen.
Het is uiterst waarschijnlijk dat er talloze
planeten bestaan met intelligente levensvormen. Op de aarde zijn de zoogdieren
tot en met de mens geëvolueerd. Waarschijnlijk kunnen ook op exoplaneten
diersoorten bestaan die evolueren tot intelligente levensvormen. Dat hangt af
van de reeds bestaande blauwdrukken en de natuurlijke condities, die deze
manifestaties al of niet mogelijk maken. De feitelijke condities op de aarde
waren gunstig voor het ontstaan van leven en ook nu zijn de voorwaarden
aanwezig voor het voortbestaan van een grote variatie van levensvormen en van
een in omvang sterk toegenomen mensheid.
Niettemin liggen er crises op de loer. Zo zullen er technieken ontwikkeld moeten worden om
gevaarlijke planetoïden af te weren en we zullen bovendien andere planeten
geschikt moeten maken om te gaan bewonen.
Daarnaast
bestaat ook de mogelijkheid dat de voorwaarden voor het leven op de aarde worden geschaad
door het ingrijpen van de mens zelf. In de ecologie wordt gewezen op de
opwarming van de aarde veroorzaakt door de uitstoot van broeikasgassen. Extreme
weersomstandigheden en verschuivingen in de vegetatiezones zijn
onontkoombaar*). Vele ecosystemen zijn
reeds aangetast, waaronder de tropische oerwouden.
De grondstoffen zoals olie en gas raken op termijn
op met als mogelijke consequentie massale conflicten tussen staten. De posities
van Rusland en van de islamitische landen in het Midden-Oosten zijn daarbij in
het geding.
We zullen hiermee rekening moeten houden. In de eerste plaats zullen we onze levensstijl moeten aanpassen teneinde verder verbruik van grondstoffen en verdere aantasting van het natuurlijk milieu te voorkomen. Dringend nodig is ook de ontwikkeling van nieuwe technieken van energie-opwekking, industriële productie en vervoer.
Ook de snelle bevolkingsgroei, met name in Zuid-Azie, Afrika en Zuid-Amerika, vormt een bedreiging voor de stabiliteit van de wereldsamenleving. De te verwachten tekorten aan voedsel en water leiden tot migratie naar het rijke westen met de daarbij gepaard gaande problemen door de grote verschillen in welvaart en cultuur.
IV De mens
Al wat leeft heeft bewustzijn, dat is het vermogen
tot waarnemen. Dat geldt voor een micro-organisme, een plant, een dier en een
mens. Bewustzijn is ook idee, de gedachte die op de waarneming volgt. Een
micro-organisme zoekt voedsel, vermenigvuldigt zich en past zich aan bij de
omgeving. Bacteriën die ziektes verwekken kunnen immuun worden tegen de
antibiotica. Een plant kan mensen herkennen, die de plant schade hebben
toegebracht. De vis die gevangen wordt heeft een besef, hoe gering ook,
gevangen te zijn en spartelt. Instinctieve reacties worden gekenmerkt door
waarneming, gedachte en organische beweging. Hoger ontwikkelde dieren kennen
ook emotionele ervaringen. Dat kunnen we zien bij honden met hun gehechtheid
aan de baas of bazin.
Mensen kennen rationele overwegingen, de berekening
of een bepaalde handeling voor- of nadeel oplevert. Meer ontwikkelde mensen
kunnen rationele overwegingen maken met verdergaande werking, bijvoorbeeld of
een politieke maatregel voor of nadelen heeft voor een bepaalde groep, volk,
natie of de mensheid.
Het individuele
bewustzijn zoekt zijn weg in de werelden van creatie, idee en materie.
Indien het is gebonden aan ideële vormen, zal het in die wereld leven. Indien
het bewustzijn is gebonden aan de materie, dan zal het daarin een vorm zoeken.
De ontwikkeling van het menselijk bewustzijn verloopt door honderden, misschien
wel duizenden levens op deze en andere planeten. In die werelden kunnen we onze
lessen leren. Daarbij kunnen we een onderscheid maken in vijf stadia van ontwikkeling.
We beginnen deze reis als mens in het biologische
stadium. De motivatie is overleven. Dat geldt voor het individu dat zoekt naar
voedsel, bescherming en veiligheid. Maar ook de familie, de etnische of
religieuze groep en de natie waartoe het individu behoort, streven naar
voortbestaan. Daartoe dient de sexualiteit, de voortplanting. Het kind is de
garantie van toekomstig bestaan van de gemeenschap. In het biologische stadium
worden de driften ontwikkeld.
De tweede stap van de motivatie is die van de
sociale acceptatie. Iedereen behoort tot een sociale groepering, etnisch,
nationaal, religieus of beroepsmatig. We willen in zo’n groep een erkenning als
groepsgenoot, een collectieve identiteit. Dat kan een conflict opleveren met de
biologische motivatie, hetgeen tot uiting komt in emotionaliteit. In de meeste
religies is de sexuele expressie aan strikte regels gebonden en dat leidt tot
spanning. In de westerse wereld is er op dat gebied meer vrijheid, maar de
kinderen en de jongeren moeten naar de school of naar het werk om praktische en
intellectuele prestaties te leveren. De vrijheid is ook beperkt, maar dan op
een andere manier.
De spanning tussen de biologische en de sociale
motivatie leidt tot de ontwikkeling van een eigen psyche, een bewust ego,
waarin het zelfbeeld van de mens, de persoonlijke identiteit, tot uitdrukking
komt. De egobewuste mens vertegenwoordigt het derde, psychologische stadium van
menselijke evolutie. Hierin wordt het verstand ontwikkeld.
Het vierde, ideële niveau van de menselijke
motivatie kan verschillende vormen aannemen. De mens die bezig is met techniek,
wetenschap, filosofie en/of religie zoekt naar kennis en de toepassing daarvan.
Dat is het streven naar kennis of waarheid. Schoonheid vinden we in de
artistieke vormen van expressie, zoals de beeldende kunst, de muziek, de dans
en de literatuur. Het scheppend vermogen kan zich ook richten op de medemens.
De ouders met het kind, de arts, de verpleger, de therapeut in de relatie met
de patiënt, de leraar en de leerling, zij kunnen altruïstisch gedrag vertonen,
ook wel liefde genoemd.
Het hoogste stadium van motivatie is dat van de
mysticus, de religieuze leraar, die de eenheid van zijn eigen bewustzijn met
het universele bewustzijn realiseert. Zelfopoffering en meditatie zijn de
daartoe gangbare wegen.
De weg van de mens gaat door deze stadia, met geluk
en leed, succes en vertwijfeling. In de regel leven we in meerdere stadia
tegelijk. De harmonische mens leeft in een evenwichtige ontwikkeling van de
vijf stadia.
In elk van deze stadia dreigt het gevaar van mislukking.
In het biologische stadium zijn dat de angst en de
verslaving. De angst is niet te kunnen overleven door honger of oorlog. De
verslaving is de extreme gehechtheid aan voedsel, sex en verdovende middelen.
In de sociale motivatie ligt de agressie op de loer.
Terrorisme, fundamentalisme en fanatisme zijn de mislukte expressievormen van
het groepsbewustzijn. Maar de agressieve neiging kent ook de vorm van
zelfagressie door masochisme of zelfmoord. Agressief gedrag ontstaat indien het
vermogen tot zelfexpressie wordt geblokkeerd.
De mens die zijn ego tot doelstelling van zijn
handelen maakt streeft naar macht, roem of bezit. Hij/zij is niet meer deel van
de groep, maar de groep is object van eigen zelfbevestiging. Hier vinden we de
leiders van de radicale politieke bewegingen. Zij maken misbruik van de ideële
krachten van de religies, de ideologieën en de nationale sentimenten met als
doel machtsuitoefening tot en met de vernietiging van andersdenkenden.
Ook in de ideële motivatieniveau’s kan er veel
misgaan. De vader of moeder, de arts, de therapeut of de leraar kunnen hun
kind, patiënt, cliënt, student voor hun eigen doel gebruiken. Voortdurend komen
er gevallen van mishandeling en misbruik voor. De technicus, de wetenschapper,
de priester maken dan wapens, propageren dogma’s of stimuleren
persoonlijkheidsverheerlijking.
In de artistieke expressie gaat het mis indien het
doel van de schoonheid ter zijde geschoven wordt. Zo heeft “de meest
individuele expressie van de meest individuele emotie” in de vorm van atonale
muziek en nonfiguratieve schilderkunst voornamelijk lelijkheid opgeleverd.
Ook in de hoogste vorm van menselijke motivatie
vinden we aberraties, zoals de godsdienstleiders en guru’s die hun aanhangers afhankelijk
maken.
Het is onze taak op deze aarde na te gaan op welk
niveau van bewustzijn wij bezig zijn en hoe we deze krachten in onderlinge
verbinding kunnen gebruiken. Elk individu zal voortdurend alert moeten zijn op
zijn motivatie. We noemen dat zelfreflectie,
een essentieel kenmerk van menselijke evolutie en van zinvol leven.
De mens die alle stadia van bewustzijn heeft
doorlopen, komt niet meer terug op de aarde. Deze wordt herboren op een andere
planeet of blijft voortbestaan in de werelden van idee en bewustzijn.
V De maatschappij
Een sociaal systeem heeft steeds een historisch
bepaalde vorm, in de regel gedomineerd door één van de subsystemen. In de
geschiedenis van de westerse wereld zien we steeds een afwisseling van dominante subsystemen.
Het Romeinse Rijk was de tijd van “brood en spelen”,
een materialistisch-hedonistisch georiënteerde samenleving met een sterk,
centralistisch bestuur. Het politieke subsysteem, waarin de Romeinse keizer een
uiterst belangrijke rol speelde, was de dominante factor.
Na de verspreiding van het christelijk geloof werden
West- en Midden-Europa gedomineerd door de Rooms-Katholieke Kerk. De
samenleving werd overheerst door het geloof, de cultuur dus en de bijbehorende
instituties. De macht van de koningen was in de regel beperkt, de koning werd
door de Paus gekroond. Elke dominantie leidt tot misbruik en zo ontstonden de
revolutionaire bewegingen van de Renaissance en vooral ook van de Hervorming
met zijn godsdienstoorlogen.
Daarna, in de 16e, 17e en 18e
eeuw was de macht van de koningen en van de adel, de politieke macht,
overheersend. De opstand daartegen kwam het eerst tot uiting in de Franse
Revolutie. In de 19e en 20e eeuw kreeg het economisch
stelsel, in feite de bourgeoisie, dat is de groep van de ondernemers in handel
en industrie, steeds meer macht en dat proces zet zich nog steeds en in
versneld tempo voort. We hebben nu opnieuw een materialistisch-hedonistisch
maatschappelijk stelsel, maar dan gedomineerd door het bedrijfsleven, de
economische machten.
In de crisistijd van 1914 – 1950 werden de machten
van koningen, keizers, adel en geestelijkheid definitief ondergraven. Daarna
zijn de nieuwe principes van denken, de nieuwe politieke ideeën en de nieuwe
machten, zoals die van de V.S. opgekomen.
Die nieuwe ideeën gelden niet voor het economisch
subsysteem. Weliswaar vindt daarin een technologische revolutie plaats, maar
het blijft een autoritair en disciplinair stelsel dat een steeds meer
overheersende positie in de industrieel ontwikkelde samenlevingsvormen inneemt.
De politieke en culturele systemen zijn in het huidige neo-liberalisme
ondergeschikt gemaakt aan de economie en dienen vooral als
“toeleveringsbedrijf”: het garanderen van afzet, inkomen en werk. Ook nu leven
we dus steeds meer in een periode van brood en spelen, met dit onderscheid dat
we in de huidige situatie streven naar “meer brood en meer spelen” voor meer
mensen, met als consequenties meer welvaart, maar ook sociale
onrechtvaardigheid en ecologische destructie.
In andere samenlevingsvormen –
traditioneel-autoritair of communistisch-autoritair - overheersten tot voor
kort de politieke subsystemen. Maar ook hier treedt in veel gevallen een
overgang op naar de economische dominantie. In Rusland zien we een versterking
van de economische machten, India begint een belangrijke rol te spelen in de
informatieverwerking, in China groeit de industriële massa-productie. Dat gaat
eveneens gepaard met de accumulatie van rijkdom in de handen van een kleine
groep ondernemers, managers en kapitaalbezitters.
In de sociologie en de sociale filosofie heeft een
aantal schrijvers gepleit voor een integratie van de 3 subsystemen zonder
dominantie van één van de subsystemen. Evenwicht en integratie van subsystemen
leiden tot een gezonde samenleving. Die integratie kan verwezenlijkt worden
door het toepassen van algemene geldigheid van de principes van democratische
besluitvorming en individuele ontplooiing. De economie komt dan ten dienste van
de mens en niet andersom. Op deze wijze is een meer rechtvaardige
samenlevingsvorm mogelijk. Bovendien kan het productieproces plaats vinden
binnen het kader van de voorwaarden van duurzaamheid. Dat impliceert de omschakeling naar
milieuvriendelijke energiebronnen en vervoerssystemen. Het zijn de politieke
partijen én de bedrijven zelf die daartoe het initiatief moeten nemen.
Ook op cultureel gebied zal een totale vernieuwing
plaats moeten vinden. De programma’s van het onderwijs en van de media worden
dan gericht op brede culturele informatie en op persoonlijkheidsvorming. Dat
betekent kennis van alle culturele
tradities, die van belang zijn voor de communicatie en de integratie van
bevolkingsgroepen. In Europa zal aandacht geschonken moeten worden aan de meer
dan drieduizend jaar oude ideële tradities, die we terugvinden in de stromingen
van het jodendom, het christendom, het humanisme, de Verlichting, het
liberalisme, de romantiek en het socialisme. Vanwege de globalisering én
vanwege de aanwezigheid van minderheden uit andere culturen zullen we evenzeer
het hindoeïsme, het boeddhisme, het taoïsme en vooral ook de islam in de
programma’s moeten opnemen.
Die vernieuwing betekent ook een einde van alle
destructieve activiteiten in de wereld van de media, dat wil zeggen de
programma’s met sex, geweld, geld,
sensatie en vernietiging als hoofdthema.
De Centra
voor Integraal Denken zullen op artistiek, wetenschappelijk en filosofisch
gebied de nieuwe vormen van denken en van expressie kunnen ontwikkelen. De
artistieke expressie wordt gebaseerd op basis van de principes van natuurlijke
vormgeving. In de natuurwetenschappen zal aandacht geschonken worden aan de
verborgen krachten, waaronder paranormale verschijnselen. Op medisch gebied
zullen zowel de gangbare als de alternatieve geneeswijzen beoefend worden. De
psychologie en de psychotherapie worden gebaseerd op de humanistische en
transpersoonlijke richtingen. Sociologen zullen wegen moeten aangeven naar de
oplossing van maatschappelijke problemen, zoals etnische en religieuze
conflicten. De pedagogen geven advies over kindvriendelijke vormen van
onderwijs. Filosofen, theologen en spiritueel georiënteerde denkers zoeken de
weg naar een aan de nieuwe tijd aangepast wereldbeeld, gericht op culturele
groei en spiritualiteit en de daarbij behorende praktijken, zoals dialoog, yoga
en meditatie.
De bedoeling van het onderbrengen van deze
richtingen in één instituut is dat er onderlinge beïnvloeding plaats vindt op
basis van dialoog en niet op basis van dogmatiek, discipline en/of autoriteit.
VI De toekomst
De dreiging van toekomstige catastrofes is groot. Alleen een krachtige wereldregering kan deze
rampen voorkomen of de gevolgen daarvan beperken. Die wereldregering zal moeten
beschikken over politieke, militaire, ambtelijke, hulpverlenende en financiële
middelen en over regulerende bevoegdheden. Gezien de genoemde dreigingen is de
realisering daarvan op korte termijn noodzakelijk. Ook de ontwikkeling van
kennis en techniek, zoals die van de ruimtevaart is een taak van de
wereldregering.
Zowel het wereldparlement als een wereldregering,
alsook de bovennationale en nationale parlementen en de regeringsleiders zullen
op democratische wijzen, direct of indirect verkozen moeten worden. De
leiddraad voor het politieke, economische en culturele beleid wordt gevormd
door wetenschappelijke modellen en de genoemde ethische uitgangspunten. De
ontwikkeling van de cultuur en van de natuur krijgen veel belangrijker posities
dan nu het geval is. In de Centra voor Integraal Denken worden daartoe de
basisprincipes ontwikkeld.
Teneinde dictatuur, persoonsverheerlijking en
corruptie te voorkomen dienen de politici te beschikken over de noodzakelijke
praktische, rationele en ethische vermogens, die worden getest door
wetenschappelijke commissies.
Oeschinensee
Als kleine jongen kwam ik al in de bergen. Mijn
vader ging in de vakantie met de auto naar de Harz in Duitsland of naar het
Berner Oberland in Zwitserland. Toen ik 18 was kocht ik een motorfiets en ik
reed met een vriend uit Leiden (we waren studenten) naar Duitsland, Oostenrijk,
Italië en Zwitserland. Later deed ik hetzelfde met mijn vriendin en daarna ging
ik per auto met het gezin in dezelfde richting.
Het gebied van de alpen is erg gecultiveerd. Er zijn
overal wegen, dorpen, boerderijen, hotels, treintjes en liften naar boven. Het
Berner Oberland is een heel bijzondere streek. Wij zien daar niet alleen de
bergen met hun gletschers en ijskappen (die momenteel snel smelten), maar ook
de architectuur die volgens strenge regels is gebonden aan de chalêtstijl. De
moderne vormloze blokkendozen, die we elders in de bergen wel aantreffen, zijn
hier vrijwel niet te vinden.
De Oeschinensee bij Kandersteg is een bijzonder
mooie plek. Er is een restaurantje aan het strakblauwe meertje met uitzicht op
de omringende bergen met sneeuwtoppen. Er is begroeiing met sparren en
alpenrozen. Dieren zijn er niet veel, een enkele vogel en als we geluk hebben
zien we een Murmeltier (grote marmot) of een gems. Het hotel met restaurant is
gebouwd in chalêtstijl en uiteraard waait er de Zwitserse vlag.
De mensen zitten vredig op het terras, drinken
koffie of wijn en praten over de gebruikelijke onderwerpen. Kinderen gaan met
waterfietsen op het meertje en dan zijn er natuurlijk de wandelaars en
bergklimmers, die langs de smalle paadjes komen en gaan. Toeristen komen vanaf
de cabinelift te voet of met de paardenkar om het uitzicht te bewonderen. Er is
hier een zuivere harmonie van het leven met de elementen: het water, de blauwe
hemel, de natuur en de mensen met hun bewondering voor de miljoenen jaren oude
bergen.

Oeschinensee in Zwitserland
(foto kalender Berner Oberland)
Het Manifest en de toelichting vereisen een nadere
verklaring van de methodologische uitgangspunten. Welke redenering ligt aan dit
manifest ten grondslag?
De korte schets van dit wereldbeeld, inclusief een
kosmologie, een mensbeeld, een maatschappijbeeld en een toekomstbeeld, is
gebaseerd op het principe van integraal
denken, in dit geval de integratie van wetenschappelijke, filosofische en
religieuze voorstellingen. Het gaat dan om de integratie van zowel
wetenschappelijke verworvenheden, alsook van een aantal belangrijke
filosofische en religieuze opvattingen van westerse en niet-westerse origine.
Integraal denken gaat uit van empirische gegevens,
die object zijn van wetenschappelijke kennis. Hieruit kunnen conclusies
getrokken worden over de feitelijke werking en samenhang van waarneembare
verschijnselen (causaliteit). Over de betekenis en vooral de impliciete
bedoeling van de verschijnselen (teleologie) levert wetenschappelijke kennis
slechts zeer beperkte informatie. Daartoe hebben we veronderstellingen nodig
gebaseerd op filosofische en/of religieuze uitgangspunten. De
veronderstellingen van het integrale denken gaan uit van de principes gebaseerd
op:
-
de logische redenering,
-
de ethische principes van rechtvaardigheid, zinvolheid en heelheid,
-
het esthetisch argument, dat van schoonheid.
Feitelijke uitgangspunten
Het is een uit de astronomie bekend gegeven dat het
heelal – het materiële universum – is ontstaan uit de Big Bang, de oerknal, een
volstrekt chaotische explosie van energie. Het heelal is geen chaotisch geheel
gebleven, maar heeft in de loop van zijn ontwikkeling een duidelijke structuur
gekregen, die van de sterrenstelsels, sterren, planeten, kometen, enzovoort.
Dat is het gevolg van het feit dat alle materie gehoorzaamt aan de
natuurwetten, die een wiskundige basis
hebben. Ook de fundamentele natuurconstanten
(zoals de lading van atoomdeeltjes) zijn een factor in de ordening van de
materie. Die orde zien wij in onze melkweg en ook in de talloze sterrenstelsels
elders in de ruimte.
In dit heelal zijn planeten ontstaan, waaronder de
aarde, met gunstige condities voor de ontwikkeling van leven: plantaardig,
dierlijk en menselijk leven. Momenteel wordt aangenomen, dat er ook andere
planeten zijn, misschien wel een groot aantal, die soortgelijke condities
kennen met mogelijk dezelfde of een andere weg van evolutie. Processen van
evolutie kennen in de regel een langdurig tijdsbestek, maar de evolutie van het
menselijk leven, met name in de laatste vijfduizend jaar, laat een zeer snel
verlopend proces zien.
Over de betekenis en de bedoeling van deze processen
bestaan velerlei opvattingen. Die kunnen wij vinden in de belangrijke
religieuze en filosofische geschriften, terwijl er ook veronderstellingen
worden geponeerd op basis van wetenschappelijke theorieën. Die opvattingen zijn
gebaseerd op redenering en/of “openbaring”.
De veronderstellingen in dit manifest maken gebruik
van sommige van deze denkbeelden.
Veronderstelling 1
Ordening
Het is niet waarschijnlijk dat uit de chaos van de
oerknal door toevallige omstandigheden een strikte ordening van de materiële
vormen kan ontstaan. Uit chaos kan alleen chaos voortkomen. Er zijn mij geen
voorbeelden bekend, waarin uit zuivere chaos zonder inmenging van een ordenende
macht een geordend geheel is ontstaan. De ordening van het materiële universum
is het gevolg van de daaraan ten grondslag liggende wiskundige principes en de
natuurconstanten. Het ontstaan van levende vormen en de daarin optredende
toenemende complexiteit heeft te maken met de evolutionaire processen,
waaronder die van differentiatie en integratie, chaos en vernieuwing,
aanpassing door mutatie en selectie.
Deze principes en constanten kunnen alleen
voortkomen uit de wil en bedoeling van
een ordenende macht, een Scheppende Intelligentie. De bedoeling is
klaarblijkelijk het scheppen van voorwaarden voor toenemende complexiteit en
intelligentie. Het antropisch principe (zie toelichting par. II) wijst in
dezelfde richting. Dat kunnen we uit de feiten volgens logische redenering
afleiden en moet dus als een veronderstelling met een hoge mate van
waarschijnlijkheid worden beschouwd.
Veronderstelling 2
Universums
Uitgangspunt van dit manifest is ten tweede dat er diverse
universa van energie bestaan, te weten een creatief, een ideëel en een
materiëel universum. Uit het creatieve universum stammen de impulsen tot
ontwikkeling zoals de processen leidend tot toenemende complexiteit en intelligentie als manifestaties van
bewustzijn (dynamica). In het ideële universum liggen de principes vast die de
eigenschappen van de materiële en de levende vormen bepalen (statica).
Het is denkbaar dat deze energetische universums
corresponderen met de in de astronomie bekende velden die donkere energie en donkere materie worden genoemd. Verwezen wordt ook
naar de natuurkundige denkbeelden over de energie van de lege ruimte en de
anti-materie. We kunnen door middel
van waarneming en redenering, maar vooral ook door onze intuïtie met deze
universa in contact komen. Vele religieuze en literaire producten zijn op deze
wijze ontstaan. Zij zijn deels producten van deze vormen van kennis en deels
het gevolg van psychische en sociale projecties en daarvan uitgaande
intellectuele bewerkingen.
Veronderstelling 3
Evolutionaire sprong
De veelvormigheid van de materie is het resultaat
van de daarin aanwezige natuurkundige
wetmatigheden. De complexe biologische manifestaties zijn de feitelijke
gevolgen van algemeen voorkomende biologische mechanismen. Welke principes aan
de evolutie van de levende vormen ten grondslag liggen is nog niet geheel
duidelijk. Het darwinistisch mechanisme is ongetwijfeld van belang voor de
directe aanpassing van een biologische soort aan de omgeving. Dat een hele serie
van die aanpassingen tot een nieuwe soort leidt, is niet waarschijnlijk. Er
zijn geen gevallen bekend dat door mutatie en selectie meer complexe en meer
functionele levensvormen zijn ontstaan.
Uitgangspunt is dat een nieuwe soort met een hogere
graad van complexiteit ontstaat door een plotselinge verandering, die reeds in
de genetische structuur latent aanwezig is. Dit verschijnsel is bekend in onze
menselijke wereld. Er worden voortdurend individuen geboren met bijzondere
eigenschappen, die genetisch niet verklaarbaar zijn. Dat kan leiden tot grote
maatschappelijke veranderingen, zoals het ontstaan van wetenschap en techniek.
De bron van nieuwe functies zou in de blauwdrukken van micro-organismen,
planten, dieren en mensen en de daaruit voortvloeiende vermogens aanwezig
kunnen zijn. Deze blauwdrukken maken net als de wiskundige principes deel uit
van het ideële universum.
Veronderstelling 4
Reïncarnatie
De menselijke evolutie kent duidelijke stadia van
eenvoudige naar meer complexe structuren. Dat geldt voor de psychische, de
sociale en de intellectuele kenmerken. Ook hierbij hebben we met wetten en
blauwdrukken te maken. Deze betreffen de menselijke psychische eigenschappen
volgens de genoemde stadia, de ontwikkeling van de sociale ordening naar meer complexiteit
en de daarbij behorende toename van rationele en ethische vermogens (ethica).
Een van de wetmatigheden betreft de leer van karma en reïncarnatie: deze is de
uitdrukking van de evolutionaire
principes, die aan het scheppend bewustzijn ten grondslag liggen. Elk
bewustzijnswezen, elke entiteit heeft als opdracht de verwezenlijking van zijn
inherente mogelijkheden. Daartoe moeten de bewustzijnsstadia van de
micro-organismen, de planten, de dieren en het mens-zijn doorlopen worden.
De leer van karma en reïncarnatie is logisch, zinvol
en rechtvaardig. Het bewustzijn volgt de weg van ontwikkeling naar complexiteit
en creativiteit en elke bewustzijnseenheid krijgt daartoe de kans. In de
menselijke fase behoren vrijheid en onderworpenheid, armoede en rijkdom,
onvermogen en genialiteit tot de weg. Teleurstelling en lijden, maar ook geluk
en vervulling zijn deel daarvan. De precise werking van deze wetmatigheid moet
nog ontdekt worden.
De kern van deze weg is het leerproces: Iedere nieuwe ervaring kan tot inzicht leiden. Het
perspectief is steeds aanwezig: De weg naar het hogere stadium van bewustzijn
en die weg is er voor ons allemaal.
Mysterie
Wij kunnen constateren dat het universum, voor zover
wij dat kennen, voortkomt uit een intelligent
ontwerp gekenmerkt door ordening, evolutie en de krachten van eenheid en
schoonheid. Een ontwerp impliceert een ontwerper, maar er zijn geen verdere
aanwijzingen over de aard van deze ordenende macht. Voor ons rest slechts de
verwondering, het mysterie, het vraagteken.
Het is wel waarschijnlijk dat de processen van
toenemende complexiteit en intelligentie op deze aarde voortgaan. Net zoals in
de werelden van de materie en van de levende vormen, de planten en de dieren,
waarin functionele en expressieve volmaaktheid is ontstaan, kunnen we
verwachten dat in de mensheid complexiteit en intelligentie toenemen totdat volledige rationaliteit, ethische verantwoording en esthetiek gerealiseerd zijn. Dat is een
hoge verwachting, maar deze moet gezien het tempo van de menselijke evolutie
als reële mogelijkheid worden beschouwd.
Bennebroek/Bronsbergen
2005-2006
*) Enkele
recente gegevens betreffende klimaatverandering:
- Europa 2003: de heetste zomer in 50 jaar;
- Zuid-Frankrijk: Augustus 2004: zeer zwaar noodweer;
- Japan 2004: 23 cyclonen, meer dan ooit;
- Florida 2004: 4 cyclonen, w.o. de grootste in omvang
ooit gemeten;
- Californië Januari 2005: de grootste overstromingen
ooit;
- Australië, regio Melbourne, febr 2005: de grootste
overstromingen in 120 jaar;
- VS New Orleans e.o.: augustus 2005: cycloon Katrina:
de grootste overstromingen ooit;
- Midden-Europa: zomer 2005: zware overstromingen, in
Zwitserland meeste schade ooit;
- Portugal voorjaar, zomer 2005: langste periode van
droogte ooit;
- Azië, Oost-, Midden-Europa: winter 2005-2006:
extreme sneeuwval en extreem lage temperaturen;
- Australië, maart 2006: zwaarste cycloon in
tientallen jaren;
- China, Thailand: mei 2006: zware overstromingen;
- Wereld: jaar 2006: hoogste gemiddelde temperatuur
ooit.
+ De metingen van de satelliet envisat (februari 2005)
laten ernstige vervuiling zien van de lucht in
grote delen
van Nederland, België, Ruhrgebied, Noord-Italië, oostkust V.S. en oostkust
China.
+ De gletschers in de Alpen en op de Zuidpool vertonen
sedert 1850 snelle afsmelting.
+ De orkanen en cyclonen in de Atlantische en de
Stille Oceaan nemen sedert 1980 in kracht en duur toe,
maar niet in
aantal.
+ De sneeuwkappen van de Himalaya’s nemen sedert 1997
snel in omvang af.
Literatuur:
Hans R.Vincent. Ons wereldbeeld en het
integrale denken.
Op zoek naar de eenheid van religie, filosofie en wetenschap.
Kampen 2000. Hierin literatuurverwijzing.
Zie ook:
- Pagina 2 van de Website Integraal Denken:
Toepassingen van het integrale denken.
- Recente publicaties over DNA, “intelligent
design”, atheïsme, evolutie, sterrenkunde, ecologie.
- Publicaties van de ClubvanRome/Erasmus Liga, waaronder de
Millenniumverklaring 2000.
Andere manifesten:
+ Communistisch Manifest – Karl Marx 1848
+ Manifest. Stop de uitverkoop van de beschaving.
Mies Bouhuys, Wouter van Dieren, e.a. 2001
+ Mijn Manifest voor de Aarde – Michael Gorbatsjov
2003. Hierin: Het Handvest van de Aarde
+ Atheïstisch Manifest en de onredelijkheid van religie – Herman Philipse 2004
+ Liberaal Manifest (VVD 2006)
Informatie
en commentaar te zenden naar:
Hans
R. Vincent
Lage
Duin 19
2121
CC Bennebroek
tel 023
5848057
E-mail: hr.vincent@hetnet.nl
Website: www.integraaldenken.nl
Webmail: info@integraaldenken.nl
A Spiritual Manifesto
Hans R. Vincent
We are on the way to
a new kind of spirituality, not based on organisation, tradition, social
control, authority or revelation. It is the awareness of reality around us and
within ourselves, the splendour of pure consciousness, which is the source of
all creative action.
The world is changing
rapidly. New social structures are coming up, old authoritarian structures are
disappearing. New ways of thinking are spreading over the world, old religious
and ideological patterns of thinking are loosing their impact.
A new way of thinking is
called “integral thinking”. That means the integration of practical, artistic,
scientific, philosophical and/or religious ways of thinking. The basis is
scientific, but science can only find out what things are and not what their
meaning is. That is the task of art, philosophy and religion.
Integral thinking accepts the
point of view that there are three kinds of energy in the universe: creative
energy, idealistic energy and material energy. They come from the origin of all
things, the Creative Intelligence, which is the source of all spirituality.
About the origin and the
structure of the material universe modern astronomy gives a lot of information.
The universe has developed from the Big Bang. In the development of matter -
the clusters, stars, planets, comets - there are some leading principles:
physical laws based on mathematics and the so called "natural
constants". These are the ordering principles that created the conditions
for “evolution": the increasing complexity of matter, also including forms
of life and the development of mankind.
Why matter is organised
according to these principles? In astronomy this is called the "anthropic
principle": the conditions for intelligent life are given in the structure
of matter.
This means that there must be
an "Intelligent Designer" at the basis of all being. This is pure
logical reasoning. The conditions for order and evolution don’t arise from
chaos. There must be a meaning, a purpose behind the structure. We only know
about our planet earth, but it is highly probable that there are millions
of planets and other systems where intelligent life has come into being.
Than there is the fact - also
derived from astronomy - that "matter" as we know it, is only 4% of
the energy in the universe. Of all energy 96% is unknown. It is called dark
energy and dark matter.
Probably these kinds of
energy are the basis of all creative and idealistic structures.
Creative energy is
teleologically based: it works out in evolution, that is the development of
complexity and variety, the control over the physical environment and the
awareness of unity, which is beauty.
Idealistic energy gives form
to:
- natural laws and natural constants, that
are basically to material patterns,
- blueprints that give form to the evolution
of micro-organisms, plants and animals,
- rational and ethical laws that rule the
human life.
The process of evolution –
material, biological and cultural – is working out in sudden renewal, usually
in five stages: the process of differentiation; the integration and clash of
elements; chaos and the destruction of old structures; the rise of new forms
and capacities; the development and differentiation of these forms.
Among the rational laws in
human life there is the law of reincarnation and karma. It is a strictly
logical theory. Evolution is not only a phenomenon in matter, but also in
a spiritual sense. It gives meaning to life: in hundreds of lives we have
to learn our lessons, like in the school. Than we can come to a higher level of
human consciousness, a spiritual way of living. That means the awareness of all
things around us and within us. Than we can see the line in our lives, its
meaning and purpose. We also see what is happening in society, in mankind and
on the earth.
Integral thinking also means
that we take into account the state of the earth in these days. Sociological
and ecological theory tells us that there are big dangers in the actual
political, economic, cultural and especially in the ecological conditions. We
should change our social structures, cultural patterns and behaviour in the
direction of social equality and sustainability. Then mankind can continue its
evolution towards rational and ethical principles of living.