Pagina 2 van de website Integraal denken
In deze pagina links met:
Sofieën,
holisme, systeemtheorie en integraal denken
Belangrijke
begrippen behorend tot het integrale denken



Integraal
denken:
de integratie van praktische, artistieke,
wetenschappelijke, ethische, filosofische en/of religieuze
denkwijzen leidend tot kennis en inzicht binnen een omvattende
beschouwingswijze.




Kunst en architectuur
We denken dan aan de muziek, een gebied waarin
op veelvuldige wijze gebruik wordt gemaakt van integrale werkvormen. Zo is het
orkest een geheel van musici die verschillende instrumenten bespelen en samen
een muziekstuk ten uitvoer brengen, waarin ieder zijn eigen partij
speelt en soms ook zingt of danst. Dat geldt voor het concert (=samenwerking,
vgl Eng. ''concerted action"), maar ook voor de opera en de
balletuitvoering.
In de compositie kunnen ook vormen van integraal
denken optreden door een verscheidenheid van melodieën te integreren in een
muziekstuk. Te denken valt aan meerstemmige koorzang en contrapuntische muziek,
waarin twee verschillende melodieën tegelijkertijd worden gespeeld. Deze
methode is vooral gebruikt door Johan Sebastiaan Bach
In de beeldende kunst en de architectuur is sprake van
een integrale vormgeving indien daarin meerdere functies tot uitdrukking komen,
zoals de integratie van functionaliteit met symboliek (bijv. door artistieke
expressie op de gebieden van mythologie, religie, natuur).
Techniek
Op dit gebied wordt het integrale denken vooral in
relatie gebracht met de ecologische consequenties van productieprocessen, zoals
de verwerking van afval en de uitstoot van broeikasgassen en de consequenties
daarvan voor het klimaat. Daarom wordt wel gesproken van een “integraal
ketenbeheer”. Dat wil zeggen, dat in een productieproces aandacht wordt
geschonken aan het hergebruik van de producten en aan de vermindering van
energiegebruik, afval en uitstoot van vervuilende stoffen. Dat heeft
consequenties voor het ontwerp van nieuwe producten, voor de productie, de
demontage en reclycling, bijv. van een auto of een gebouw.
Indien in een productieproces expliciet rekening wordt
gehouden met de menselijke inbreng in het proces - ergonomisch, sociaal,
psychologisch - is sprake van een vorm van integraal management.
Ruimtelijke ordening
Integraal denken in de ruimtelijke planning betekent
dat op pragmatische wijze rekening wordt gehouden met de verschillende belangen
die bij zo’n plan betrokken zijn. Er zal dan een afweging moeten komen van vaak
tegengestelde belangen. Zo bevat een plan voor de “integrale
waterhuishouding” binnen een bepaald gebied, maatregelen, waardoor de kans
op overstromingen van rivieren in dat gebied wordt geminimaliseerd, terwijl ook
rekening wordt gehouden met de belangen van de natuurontwikkeling, de winning
van grondstoffen, de afvoer van water, de scheepvaart, de landbouw, de
recreatie, het verkeer en de planning van wegen en bouwterreinen. De nota's van
de regering over de ruimtelijke ordening in Nederland zijn erop gericht een
integrale visie te geven, waarbij het maken van keuzes ten aanzien van de
elkaar uitsluitende functies soms onvermijdelijk is.
Politiek
In het overheidsbeleid, bijvoorbeeld dat van de
nationale staat, is het gevaar aanwezig van opsplitsing van het beleid in
afzonderlijke belangengebieden, waarbij geen afweging in het kader van het
algemeen belang plaats vindt. Die belangen worden vertegenwoordigd door
departementen, diensten en instellingen. Een integrale beleidsvoering betekent
een plaatsbepaling van de diverse belangen in het kader van de meer algemene
doelstellingen en verantwoordelijkheden van een staat. Belangen van een
hogere orde, zoals die van een gemeenschap van staten, van de mensheid en van
de wereld als sociaal-cultureel-ecologisch geheel, ook indien die strijdig zijn
met de meer lokale belangen, dienen daarbij zwaar te wegen..
Een contrete problematiek van integratie binnen een groter
geheel betreft de ontwikkeling van de Europese Unie. Hoever zal deze vorm van
integratie moeten gaan? Hoeveel landen kunnen daarin worden opgenomen? Hoe
vindt de besluitvorming plaats? Is een dergelijk model ook bruikbaar voor
andere groepen van staten?
Politieke integratie betreft ook het mondiale niveau.
Na de tweede wereldoorlog zijn de Verenigde Naties met alle daaraan verbonden
instituties opgericht. Het betreft tot nu toe een overlegorgaan, waarin de bevoegdheden
in hoge mate zijn verbonden met machtsposities van staten. Het is de vraag of
die bevoegdheden uitbreiding verdienen en zo ja, naar welke structuur van
besluitvorming wordt gestreefd, zoals een wereldregering met bijbehorende
instituties en een wereldparlement. Bij de groei naar besluitvorming op hogere
niveaus doen zich vragen voor met betrekking tot de mate van democratie, het
voorkomen van corruptie, machtsmisbruik en dergelijke.
Toekomstverkenning
In
1972 is een rapport aan de Club van Rome gepubliceerd, getiteld “De grenzen aan de groei”. Dit rapport
is gebaseerd op de kwantitatieve analyse van vijf basisvariabelen op
wereldniveau, t.w. bevolkingsgroei, industrieel kapitaal, voedselproduktie,
gebruik van natuurlijke hulpbronnen en vervuiling. De studie geeft de mogelijke
gevolgen aan van verdere demografische en economische groei op lange termijn
(tot het jaar 2100). Gewezen wordt op de gevaren van de groeiende bevolking, de
uitputting van grondstoffen en op dramatische consequenties voor het milieu.
Er
is na 1972 een groot aantal vervolgrapporten verschenen. In 1992 is dezelfde
studie herhaald met ongeveer gelijke uitkomsten. Het eerste rapport heeft
velerlei consequenties gehad, vooral op het gebied van het milieubeleid.
Bovendien gaf het een aanzet tot een wereldwijde mentaliteitsverandering en een
begin van bijstelling van het mens- en wereldbeeld.
Op
initiatief van enkele politici en andere bekende Nederlanders is in 1972 op
basis van de gegevens van de Club van Rome de Erasmus Liga opgericht met als
doel de mentaliteitsverandering van de Nederlandse bevolking en de begeleiding
van maatschappelijke vernieuwing. De rechtstreekse beïnvloeding van de politiek
behoort niet tot de doelstellingen.
De
Erasmus Liga is van mening dat de genoemde problemen nog steeds aandacht vragen
en zij heeft daarom een boekje samengesteld "Opties voor de toekomst"
(red. H.C.Blauwkuip) en ook een Millenniumverklaring uitgegeven, "De
noodzaak van een nieuwe cultuur", teneinde deze veranderingen nader
vorm te geven.
De
Erasmus Liga bestaat uit een bestuur en een werkcomité en is evenals andere
nationale comiteés geassocieerd met de Club van Rome.
Natuurwetenschappen, ethiek en metafysica
In de natuurwetenschappen gelden in het algemeen de
causaal-analytische en reductionistische werkwijzen: het terugbrengen van
complexe verschijnselen tot de samenstellende delen, zoals massa, energie,
beweging. In de direct toepasbare natuurwetenschappelijke kennis blijven
mechanistische werkmethoden nodig.
Het integrale denken in de natuurwetenschappen heeft
vooral betrekking op de toepassing van natuurwetenschappelijke kennis, met name
de maatschappelijke consequenties daarvan. Daarbij zijn veelal posities
van belangengroepen en ethische aspecten betrokken. Bijvoorbeeld: mag
atoomenergie worden toegepast? Wat zijn de maatschappelijke gevolgen van de
bewapening? Worden de natuurwetenschappen gebruikt voor creatieve of
destructieve doeleinden?
Door de meer recente ontwikkelingen op de terreinen
van de quantummechanica, de relativiteitstheorie en de astronomie zijn ook
andere variabelen ingebracht zoals onzekerheid, tijd en donkere materie.
Verondersteld wordt dat wij slechts 5% van de werkelijk bestaande energie in
het universum kunnen waarnemen. Zo ontstaan vragen die de wetenschap niet kan
oplossen. Dan worden in de natuurwetenschappen verbindingen gelegd met de
metafysica, zoals door Fritjof Capra en David Bohm In deze gevallen wordt
gerefereerd aan filosofisch/religieuze begrippen en voorstellingen.
Biologie, ecologie en ethiek
Ook de biologische wetenschap werkt met analytische en
reductionistische methoden. Daarmee zijn belangrijke resultaten geboekt. De
toepassingen van deze kennis kunnen vergaande maatschappelijke consequenties
hebben. Daarbij wordt gedacht aan de gentechnologie en de daaruit
voortvloeiende dilemma's op de gebieden van de landbouw, tuinbouw en veeteelt.
Verder worden er mogelijkheden geschapen op medisch gebied, zoals het
bestrijden en voorkomen van ziektes. Ethische vragen komen vooral aan
bod door de technologie van het klonen, met name van mensen.
De biologie heeft veel invloed op het beheer van flora
en fauna, lokaal, nationaal en wereldwijd. In het algemeen behartigen de
biologen het belang van de instandhouding van de natuur. Daarbij kan men denken
aan het voorkómen van het uitsterven van dier- en plantensoorten en de
handhaving van de biodiversiteit. In sommige gevallen is er bij
beheersmaatregelen sprake van tegengestelde belangen, zoals voor de bescherming
van de vos in Nederland.
Het blijkt ook mogelijk algemene ethische
doelstellingen, zoals die van de verantwoordelijkheid, af te leiden uit
biologische gegevens (dr J.C. van Noordwijk-van Veen).
De biologie als wetenschap heeft ook gevolgen voor de
menswetenschappen. Zo wordt de vraag gesteld in hoeverre het menselijk gedrag
wordt bepaald door biologisch gegeven eigenschappen, dan wel door culturele
kenmerken van de betreffende persoon of groep mensen. De sociobiologie van o.a.
Edward Wilson legt de nadruk op de biologische bepaaldheid, de sociologie legt
het accent op de culturele aspecten van het menselijk gedrag..
Economie, ecologie en ethiek
De economie bestudeert het proces van productie en
consumptie van een samenleving. Daarin speelt het begrip economische groei een
belangrijke rol. Economische groei leidt tot welvaart voor grote groepen van de
bevolking. Een toename van productie en consumptie wordt mogelijk gemaakt door
technologische vooruitgang en efficiency in de productie.
Productie en consumptie gaan gepaard met het gebruik
van natuurlijke hulpbronnen, zoals olie- en gasvoorraden, steenkolen, uranium,
bosarealen, vee, etc. Natuurgebieden worden omgezet in cultuurgebieden ten
behoeve van de landbouw- en veeteelt, woningbouw, wegen, spoorwegen, kanalen,
industrie, kantoren en andere voorzieningen. Ca 2000 jaar geleden was Holland
bebost: de naam Holland komt van “Holtland” of houtland. Nu is nog slechts 7%
van het land bedekt met bos. Door de ontginning van natuurgebied wordt op grote
schaal de natuur aangetast. Productie en verkeer gaan ook gepaard met de
uitstoot van vervuilende stoffen, zoals de CO2, leidend tot klimaatverandering.
Het integrale denken legt de nadruk op de interactie
van economische en ecologische processen. Daarbij wordt gestreefd naar de optimale
verhoudingen in de relaties tussen productie, verbruik van natuurlijke
hulpbronnen en vervuiling. Dat betekent het instandhouden van natuurgebieden en
het streven naar relatief schone energiebronnen, zoals zonne- en windenergie.
Verder hebben we te maken met ethische aspecten,zoals het gebruik van dieren
voor consumptieve doeleinden. Dan hebben we het over de bio-industrie, het
misbruik van dieren voor de bontproductie en het onnodig gebruik van
proefdieren.
Het overheidsbeleid heeft een aanzienlijke invloed op
deze ontwikkelingen.
Psychologie en psychotherapie
Integraal denken bestudeert de menselijke psyche
vanuit een diversiteit van gezichtspunten.
Zo wordt aandacht geschonken aan de wisselwerking van
lichamelijke en psychische verschijnselen. Het menselijk gedrag, met name ook
individueel, wordt daarbij gerelateerd aan biologische en sociaal-culturele
gegevenheden. Dat zijn: de biologische aard van het mens-zijn in het algemeen;
de sociale omstandigheden zoals de opvoeding en opleiding; de kenmerken van de
sociale, etnische, religieuze of nationale groep waarin de individuele mens
verkeert; de kennisvormen en ideeën waarmee het individu wordt geconfronteerd.
Integraal denken kan ook rekening houden met religieuze ervaringen, zoals de
topervaring, het eenheidsbewustzijn en ook met metafysische veronderstellingen,
die binnen bepaalde ideeënstelsels worden gehanteerd, zoals het bestaan van God
of een scheppend principe, een onsterfelijke ziel, archetypes en
morfogenetische velden.
De psychotherapie is niet alleen gericht op het
oplossen van concrete psychische of gedragsproblemen, maar ook op de
ontwikkeling van de persoonlijkheid-als-geheel. Het gesprek speelt
daarin een fundamentele rol, maar sommige therapeuten gebruiken ook andere
methoden, zoals creatieve en meditatieve oefeningen. Vormen van integraal
denken vinden wij bij Carl Jung, Abraham Maslow, Carl Rogers en Ken Wilber.
Sociale wetenschappen en sociale filosofie
Hierin worden maatschappelijke processen bestudeerd
vanuit de samenhang van de volgende aspecten: biologisch,
sociaal-psychologisch, sociologisch, cultureel, politicologisch, economisch
en/of ecologisch. Deze benadering is gericht op de analyse van maatschappelijke
processen bij groepen, o.a. op etnische, religieuze, nationale en mondiale
niveau's.
Er zijn vele historische studies, waarin verbanden
zijn gelegd tussen de sociale structuur, zoals de economische en politieke
maatschappelijke verhoudingen en de denkwijzen van de mensen in die
samenlevingen. Het blijkt dat de huidige westerse samenleving historisch gezien
in hoge mate het resultaat is van christelijke tradities, met name het
protestantisme (Max Weber) en van de tradities van humanisme, Verlichting,
liberalisme en socialisme (Alfred Weber). De westerse samenleving in deze tijd
kan beschouwd worden als modernistisch, dat betekent gekenmerkt door het
vrije ondernemerschap, het streven naar welvaart voor de massa's,
technologische vooruitgang, vormen van democratische besluitvorming en
mensenrechten.
De meer normatief ingestelde takken van de sociale
wetenschappen zoeken vanuit een filosofisch georiënteerd gezichtspunt naar de
principes waarop de bestaande westerse maatschappij georganiseerd kan of moet
worden. Daarbij gelden met name de rechtvaardigheids- en gelijkheidsbeginselen.
Een voorbeeld is het werk van de kritische theoretici van de Frankfurter
Schule, die op basis van ideologische principes streven naar nieuwe vormen
van maatschappelijke ordening. Ook vanuit feministische en ecologische gezichtspunten
wordt gewezen op de noodzaak tot maatschappelijke verandering (zie o.a.
H.R.Vincent 1989; Fritjof Capra 1983).
Recentelijk wordt steeds meer ook de problematiek van
de integratie van bevolkingsgroepen aan de orde gesteld en op mondiaal niveau
het optreden van de botsing van beschavingen. Daarbij wordt vooral gewezen op
het steeds omvattender wordend probleem van de relatie tussen de westerse en de
islamitische wereld (Samuel Huntington 1997). Een belangrijke bron van de
conflicten is het verschil in wereldbeeld. Duidelijke aanzetten tot oplossing
van de problematiek in de vorm van integratie van wereldbeelden zijn er wel,
maar zij hebben een beperkte betekenis.
Algemene filosofie
Ook de filosofie ontkomt niet aan de bestaande nadruk
op analyse en reductie. Dat geldt vooral voor de gebieden van taal en kennis
(postmodernisme).
Daarnaast vindt ook een deels
nieuwe, filosofische zoektocht plaats naar onze herkomst, ons doel en naar de
betekenis van leven en sterven. De eeuwenoude vragen worden dan
opnieuw gesteld, hetgeen kan leiden tot een integratie van religieuze,
filosofische en wetenschappelijke gezichtspunten.
Uitgangspunt is de wetenschappelijke werkwijze, maar
de vele vragen die niet door waarneming en toetsing beantwoord worden, kunnen we
benaderen via andere kenvermogens, zoals intuïtie en discussie. Dat heeft met
name betrekking op de relatie van de feitelijke werkelijkheid met de
metafysische – transcendente - wereld (zie o.a. Otto Duintjer).
Wetenschap, filosofie en religie
Er zijn ook andere richtingen die streven naar
integratie van wetenschap met religieus/filosofische kenvormen. Het gaat
daarbij o.a. om de principes van zowel de kosmische als de maatschappelijke
ordening (Hans R.Vincent 2000).
Een andere vorm van integraal denken betreft ideeën
over de relatie tussen het evolutionair
denken en de toekomst van de mensheid, gebaseerd op christelijke
uitgangspunten, met name de leer van Teilhard de Chardin.
Een poging tot synthese van het darwinistisch
evolutionaire denken en het Bijbelse scheppingsverhaal treft men aan bij Sjoerd
Bonting. Hij heeft ook een chaostheologie
opgesteld, waarin het wereldgebeuren wordt beschouwd vanuit een
ontwikkelingsperspectief van chaos naar ordening.
Verder worden verbanden gelegd tussen leerprocessen
bij dieren en mensen door middel van spirituele krachten, zoals in de theorie
van de morfogenetische velden van
Rupert Sheldrake.
Een integrale visie op ons eigen leven als een geheel
vinden we in de leer van de zelfkennis
van de Indiase filosoof Jiddu Krishnamurti.
Religie
Op religieus gebied zijn er diverse richtingen, die
streven naar integratie van tradities, waarden en voorstellingen,
afkomstig uit een verscheidenheid van godsdiensten.
De oudste richting is die van het soefisme, waarin zes grote religies zijn vertegenwoordigd -
parsisme, hindoeïsme, boeddhisme, jodendom, christendom en mohammedanisme,
terwijl ook aandacht wordt geschonken aan mensen op zoek naar wijsheid buiten
de bestaande geïnstitutionaliseerde richtingen.
De theosofie
is een leer gebaseerd op de integratie van vier grote godsdiensten, waarin met
name christendom en hindoeïsme een belangrijke rol spelen. De anthroposofie is een christelijke leer,
waarin elementen uit andere richtingen zijn opgenomen, zoals het hindoeïsme,
terwijl ook oude Europese tradities, zoals die van de alchemie en de
kleurenleer van Goethe worden toegepast.
Kenvormen.
Het integrale denken gaat uit van de technische en
wetenschappelijke kenvormen.
Deze worden op empirische en causaal-analytische
wijzen verkregen en kennen een hoge mate van objectiviteit. Daarnaast zal het
veelal noodzakelijk zijn ethische, normatieve, en/of religieus-filosofische
beschouwingswijzen te betrekken. Deze hebben in de regel een teleologische, dus
meer subjectieve component, dat wil zeggen dat zij gericht zijn op bepaalde
gewenste of noodzakelijk geachte doeleinden. Die kunnen gebaseerd zijn op traditionele,
rationele en intuïtieve wijzen van kennen. Met name op religieus en
filosofisch gebied wordt gebruik gemaakt van hetgeen reeds in – soms oude -
geschreven bronnen is vastgelegd. Die bronnen komen uit de antieke,
christelijke en oosterse culturen, uit de denkwijzen van natuurvolken en ook
uit meer moderne westerse denkwijzen.
De niet-empirische vormen van kennis zijn volgens het
integrale gezichtspunt niet op exclusieve of dogmatische uitgangspunten
gebaseerd. Zij zijn onderhevig aan voortdurende kritiek, discussie,
overweging en toetsing. Het vrije gesprek is daartoe een belangrijk middel.
Vormen van
integraal denken kunnen we in een groot aantal gebieden van menselijke
activiteit aantreffen. Dat wordt niet altijd zo genoemd, want veelal worden
andere begrippen met soortgelijke betekenis gebruikt. Ook binnen sommige vormen
van het integrale denken wordt gebruik gemaakt van reeds bestaande begrippen
uit de praktijk, de wetenschap, de filosofie en de religie.
Er is verwantschap
tussen de begrippen “integraal denken”, “holisme”, “systeemtheorie” en termen
die gebruik maken van de uitgang "sofie".
Hierboven zijn de “sofieën” genoemd. Die namen komen van
het Griekse woord “sophos”, dat wijsheid betekent. De theosofie is de wijsheid omtrent het goddelijke, de antroposofie de wijsheid over de mens
en het begrip soefisme zou van de
dezelfde stam kunnen komen, hoewel ook verwezen wordt naar het Arabische woord
“soef”, dat wol betekent.
Deze richtingen zoeken naar de
wijsheid, die betrekking heeft op de kennis in de oude religieuze geschriften
omtrent een goddelijke wereld met de bedoeling die in deze moderne tijd als
richtlijn voor het menselijke gedrag toe te passen. De antroposofie heeft
daaraan ook een aantal praktische
uitwerkingen toegevoegd, met name op de gebieden van lichamelijke en
geestelijke gezondheid en op
onderwijsgebied.
Het begrip holisme is eveneens ontleend aan het Grieks en wel aan het woord
“holos” ofwel “geheel”.
De term is voor het eerst
gebruikt door de Zuid-Afrikaan Jan
Christian Smuts, natuurwetenschapper, politicus en militair. Hij ontdekte
dat natuurlijke eenheden, zowel van materiële als van organische aard, met
elkaar verbindingen kunnen aangaan, waardoor nieuwe, meer complexe eenheden
ontstaan, die daardoor over andere eigenschappen beschikken. Smuts refereert
bij het begrip holisme ook aan ethische begrippen zoals waarheid en schoonheid.
In de natuur is een dergelijk proces duidelijk
waarneembaar en dit is de basis voor het verschijnsel evolutie ofwel de ontwikkeling
naar hogere vormen van complexiteit. We kunnen dat ook in het menselijke gedrag
waarnemen. Zo vormt een aantal individuen tesamen een groep met een eigen
dynamiek en speciale eigenschappen.
De grootste eenheid is het
aardoppervlak met zijn geheel van materiële condities en levensprocessen. De Club van
Rome gebruikt het begrip om aan te geven dat het gaat over de wereld en de
mensheid als geheel.
Het begrip “holisme” en het daarvan afgeleide begrip “heelheid” worden momenteel door vele filosofen
en wetenschappers gebruikt, soms ook met verwijzing naar metafysische
categorieen. Krishnamurti toont met
het begrip aan, dat men het menselijk leven, ook op individueel niveau, niet in
fragmenten kan splitsen.
Dat geldt in mindere mate voor
een andere term, die van het systeem.
Daarbij gaat het om de wijze waarop een bepaald geheel werkt. Het is een begrip
dat niet zozeer in filosofische zin, maar vooral ook in de meer
gespecialiseerde takken van kennis voorkomt. Zo heeft de systeemanalyse betrekking op de wijze waarop computers werken. Ook
in de levenswetenschappen wordt gebruikt gemaakt van het begrip. Een ecosysteem heeft betrekking op de wijze
waarop levensvormen in de natuur met elkaar samenhangen. Een sociaal systeem heeft betrekking op de
onderlinge samenhang van structurele en culturele kenmerken van een groep
mensen of van een maatschappij.
In een enkel geval wordt ook
hierbij verwezen naar de metafysica. Dat geldt bijv. voor Fritjof Capra. Hij heeft het over zelforganiserende systemen op
diverse niveaus van complexiteit, waaronder het systeem aarde, de “Gaia”, die zelf weer deel is van een
meer universeel of kosmisch systeem, de “mind of the universe”. Dat kan men God noemen of ook het
organisatie-principe van het universum.
Het integrale denken komt met name voort uit de cultuurtheorie. Het is
een wijze van benadering waarbij zowel het subject, de mens zelf, alsook het
object, de omringende werkelijkheid in de meest uitgebreide zin betrokken zijn.
Integraal denken in cultuurtheoretische zin is reflectief, het stimuleert het
nadenken over de wijze waarop onze geschiedenis en onze maatschappij de
benadering van praktische en theoretische vragen, fysica én metafysica hebben
beïnvloed. Dan ontkomen wij niet aan de vraag hoe het verder moet, niet alleen
met onszelf en met onze samenleving, maar ook met de wereld als geheel, die
beschouwd kan worden als een geïntegreerd samenspel van ecologische,
economische, politieke, sociale en culturele, waaronder ook religieuze
krachten.
Daarbij
kan gebruik gemaakt worden van integrale
modellen, dat zijn wetenschappelijke modellen op basis van een veelheid van
factoren, die tezamen het te bestuderen geheel vormen. Daarmee samenhangende
vragen van ethische of metafysische aard worden veelal vanuit een filosofisch
of religieus gezichtspunt benaderd.
Deze
werkwijze wordt ook wel met de begrippen synthese
en convergentie aangeduid.
In het algemeen kan men zeggen
dat de “sofie” te maken heeft met de (oude, veelal uit mystieke bron afkomstige) wijsheid, die in nieuwe vormen
gegoten wordt.
Het “holisme” is een meer doelgerichte beschouwingswijze
van processen van toenemende samenhang tussen delen binnen een geheel.
Het “systeem” is een mechanische wijze van benadering
omtrent complexe gehelen van allerlei soort en hun werking.
Het “integrale" of
"synthetische" denken is meer methodisch
gericht. Het geeft aan hoe wij onszelf in relatie met onze omgeving kunnen
benaderen.
Zoals we kunnen zien zijn deze
begrippen nauw aan elkaar verwant. Elke richting of schrijver gebruikt zijn
eigen terminologie en heeft zijn eigen objectgebied. Alle genoemde richtingen
stimuleren de zoektocht naar een nieuw wereldbeeld, met daarop gebaseerde
nieuwe denk- en handelswijzen. De wetenschappelijke kennis vormt daarbij het
uitgangspunt, maar de gaten die de wetenschap in het wereldbeeld laat zitten
kunnen door religie, filosofie en ethiek worden ingevuld.
Integraal
denken: de integratie van praktische,
artistieke, ethische, wetenschappelijke, filosofische en/of religieuze
denkwijzen leidend tot kennis en inzicht binnen een omvattende
beschouwingswijze.
Synthese/convergentie: idem
Integraal
wereldbeeld: de integratie van
wetenschappelijk, filosofisch en/of religieus gefundeerde opvattingen binnen
één samenhangend wereldbeeld.
Integraal
maatschappijbeeld: de integratie
van wetenschappelijk, filosofisch en/of religieus gefundeerde opvattingen
betreffende processen van maatschappelijke ontwikkeling.
Integraal
mensbeeld: de integratie van
wetenschappelijk, filosofisch en/of religieus gefundeerde opvattingen
betreffende processen van persoonlijke ontwikkeling.
Integrale
cultuur: de levensstijl van een
samenleving, die is gebaseerd op een integraal maatschappijbeeld
Integraal
bewustzijn: het ervaringsfeit
van de verbinding van het persoonlijk bewustzijn met het Universeel Bewustzijn,
de Bron van al het bestaande.
Integrale
handeling: de handeling
voortkomend uit het integrale bewustzijn.
Integraal
model: de integratie van kennis
uit verschillende bronnen leidend tot inzicht in met elkaar samenhangende
menselijke en/of maatschappelijke probleemgebieden.
Fragmentarisch
denken: het terugbrengen van de
eigenschappen en kenmerken van een te bestuderen object of geheel van objecten
tot één enkel deel daarvan.
Reductionistisch
denken: het terugbrengen van de
eigenschappen en kenmerken van een te bestuderen object of geheel van objecten
tot één enkele eigenschap of kenmerk.
Holisme: het bestuderen van eigenschappen en kenmerken
van een object in een dynamische relatie met het grotere geheel, waarvan het
object deel uitmaakt.
Fysica: de kennis van de uiterlijke wereld, zoals die
zich aan ons waarnemingsvermogen - ook d.m.v. instrumenten - voordoet.
Metafysica: de kennis van de verborgen krachten achter de
uiterlijke wereld, die door waarneming, reflectie, redenering en intuïtie
kunnen worden benaderd.
Ik of
individueel bewustzijn: het
beeld dat ieder mens op basis van individuele en collectieve ervaring van
zichzelf heeft opgebouwd en daarnaar handelt.
Zelf of
Zelf-bewustzijn: het individuele
centrum van bewustzijn, dat deel is van het Universeel Bewustzijn en
onafhankelijk van zijn lichamelijke manifestatie kan bestaan.
Zelfkennis: de ontdekking van het Zelf als bron van het
individuele bewustzijn.
Natuurmens: de in stamverband op basis van een collectief
bewustzijn levende mens.
Cultuurmens: de in de stedelijke samenleving levende mens
met een collectief, maar wel gedifferentieerd bewustzijn.
Ik-bewuste
mens: de in de massa-stad
levende mens met een zeer ver gedifferentieerd ik-bewustzijn, gericht op
zelfontplooiing.
Zelf-bewuste
mens: de in een mondiale
structuur levende mens met Zelfbewustzijn ofwel het vermogen tot zelfkennis.
Reïncarnatie: de gedachte dat een centrum van bewustzijn -
een Zelf - opeenvolgende lichamelijke manifestaties kan aannemen.
Karma: te onderscheiden in een causaal en een
teleologisch gefundeerd karma.
Causaal karma: het idee dat een gedachte of
handeling gevolgen heeft, die weer terugkeren naar het handelend individu zelf,
mogelijk in een volgende incarnatie.
Teleologisch karma: het idee dat een gedachte of
handeling deel uitmaakt van de realisatie van een toekomstige staat van zijn,
vastgelegd in de persoonlijke blauwdruk.
De
systemen van ordening: de
hiërarchie van ordes in het universum.
Manifeste
orde: het geheel van de
verschijnselen op verschillende niveau's van organisatie, zoals die zich aan
onze zintuigen voordoen.
Mechanische
orde of statica: de orde van
samenhang en beweging die door de analyse van oorzaak-en-gevolg relaties kan
worden beschreven in de vorm van wetmatigheden.
Evolutionaire
orde of dynamica: de orde van de
krachten van verandering en ontwikkeling vastgelegd in verborgen blauwdrukken,
leidend tot toenemende complexiteit, variatie en vermogen.
Integratieve
orde of ethica: de orde van de
grote gehelen, waarvan elke georganiseerde eenheid deel uitmaakt, gekenmerkt
door omvattende principes.
Universeel
Bewustzijn of Scheppingskracht:
de scheppende kracht in het universum, waaruit al het bestaande voortkomt.
Websites
Club of Rome/Erasmus Liga
Club of
Stichting
Teilhard de Chardin
Genootschap
tot Convergentie van Wetenschap en Religie
website: www.teilharddechardin.nl
Stichting
Krishnamurti Nederland
website: www.krishnamurti.nl
Theosofische
Vereniging in Nederlandl
website: www.theosofie.nl
Soefi Beweging Nederland
website: www.soefi.nl
Anthroposofische Vereniging Nederland:
website: http://www.anthroposofie.nl
B.
Broere AOS
http://members.chello.nl/b.broere
Literatuur
Integraal denken algemeen
Civis Mundi. Tijdschrift voor politieke filosofie en cultuur. Reductionisme en integraal denken. October 1984
Hans R.Vincent. Ons wereldbeeld en het integrale denken. Op zoek naar de eenheid van religie, filosofie en wetenschap. Kampen 2000
dr H.R. Vincent. Enkele ideeën over een integraal
wereldbeeld. Bulletin van de Erasmus Liga no 38, 1996
Wetenschap
en religie
David Bohm. Wholeness and the
implicate order. Routledge and Kegan Paul,
Sjoerd L.Bonting.
Schepping en evolutie. Poging tot synthese. Kok.Kampen, 1996
Fritjof Capra.
The tao of physics. London, 1975
Rupert Sheldrake. Een nieuwe levenswetenschap.
Mirananda, Wassenaar 1983
Pierre Teilhard de Chardin. Zijn leven, zijn
werken en de betekenis van zijn visie op evolutie voor onze toekomst.
Extra-GAMMA nr 5 augustus 2000
Ruimtelijke
ordening
Vijfde nota over de ruimtelijke ordening .
2000/2020. Ministerie VROM Den Haag
Economie
en ecologie
Our Common
Future. The world commission on environment and development. Geneve 1987
ir J.M. Matthijsen. Over de doelstelling van de
onderneming. Bulletin van de Erasmus Liga no 3, 1979
dr Herman H.F.Wijffels. Duurzaamheid: de
spirituele dimensie. Erasmus Lezing 2002
Roefie Hueting. Het DNI: een duurzaam productieniveau.
Bulletin van de Erasmus Liga nr 55 oktober 2002.
Psychologie
en psychotherapie
C.G. Jung. Mensch und Seele. Redactie Jolande
Jacobi. Ex Libris, Zürich 1971
Abraham H.
Maslow. Motivatie en
persoonlijkheid. Lemniscaat, Rotterdam 1972
Carl R. Rogers. Over mens zijn. De toorts,
Haarlem 1982
Ken Wilber. Integrale psychologie. Ankh
Hermes, Deventer 2001
Biologie
dr J.C. van Noordwijk - van Veen en dr J. van Noordwijk. De permanente relatie
tussen gevoel en verstand: de biologische basis van en voor normen en waarden.
Bulletin van de Erasmus Liga no 48, juli
2000
dr J.C. van Noordwijk - van Veen. De maatschappij
en het biologisch bepaalde deel van het menselijk gedrag. Bulletin van de
Erasmus Liga no 45, october 1998
dr J.C. van Noordwijk - van Veen en J. van
Noordwijk. Verantwoordelijkheid op vijf niveau’s.
In: H.C. Blauwkuip (red.). Opties voor de
toekomst. Op weg naar een duurzame samenleving. Kok Agora, Kampen 1998.
Edward O.
Wilson. On human nature. Sociobiology. London
1978
Toekomstverkenning
Ir H.C. Blauwkuip. Rechten en
verantwoordelijkheden? Bulletin van de
Erasmus Liga, no 30 1991
H.C. Blauwkuip (red.). Opties voor de toekomst.
Op weg naar een duurzame samenleving. Kok Agora, Kampen 1998.
Erasmus Liga. Millenniumverklaring. De noodzaak
van een nieuwe cultuur. Zeist 2000
Erasmus Liga.
Millenniumdeclaration. The need of a new culture. Zeist 2000
Michael Gorbatsjov. Mijn manifest voor de aarde.
Amsterdam 2003
Alexander King en Bertrand Schneider. De eerste wereldwijde
revolutie. Een rapport van de Raad van de Club van Rome. Samson, Alphen aan de
Rijn 1991
Prof.drs R.F.M.Lubbers. Limits to growth - 30
jaar later. Een terugblik en een vooruitblik. Erasmus Lezing 2000
Netherlands
Association for the Club of Rome and foundation 'Erasmus Liga'. A declaration
of human responsibilities vis-a-vis “The universal declaration of human
rights”. The Hague 1992
Rapport aan de Club van Rome. De grenzen aan de
groei. Dennis L.Meadows. Het Spectrum 1972
Donella Meadows, Dennis Meadows en Jorgen
Randers. De grenzen voorbij. Een wereldwijde catastrofe of een duurzame wereld.
Spectrum/Aula, Utrecht 1992
Prof drs
P.Rademaker. Globalisering – een kritische beschouwing. Bulletin van de
Erasmus Liga. No 56, 2003
Prof dr ir Pier Vellinga. Klimaatverandering en
de veiligheid van Nederland. Erasmus Lezing 2003
dr H.R.Vincent. Over het toekomstmodel van
Meadows en de sociologie van verstarring en vernieuwing. Bulletin van de
Erasmus Liga no 35, 1994.
Hans R.Vincent. Wereldethiek, een ontwerp.
Bulletin van de Erasmus Liga. No 57, 2003
Hans Vincent. Een integraal wereldbeeld als basis
voor maatschappelijke vernieuwing. In: Theosofia. Dec. 2002.
Filosofie algemeen:
John Burnet.
Early Greek philosophy. Black,
London 1975
Otto Duintjer. Het belang van nieuwe
spiritualiteit in een expansieve maatschappij, in: Otto Duintjer, Cornelis
Verhoeven en anderen. Maken en breken. Over produktie en spiritualiteit. Kok
Agora, Kampen 1988
Plato. The
collected dialogues.
Bertrand Russel. Geschiedenis der westerse
filosofie. Servire, Wassenaar 1975
Bertrand Russel. Religie en de wetenschap. Boom, Meppel
1968
Jan Christian
Smuts, Holism and evolution, N & S Press, Capetown 1987
Sociologie,
sociale filosofie en cultuurfilosofie:
Prof.dr.H.J.Achterhuis. De erfenis van de utopie.
Erasmus Lezing 1999
Prof dr P.J. Bouwman. Van renaissance tot
wereldoorlog. H.J.Paris, Amsterdam 1956
Fritjof Capra.
The turning point. Science, society and the rising culture. Flamingo, London 1984
S.W. Couwenberg (red.) Westerse cultuur: Model
voor de hele wereld? Kok Agora, Kampen 1994
Erich Fromm. De gezonde samenleving.
Psychopathologie van democratie en kapitalisme. Bijleveld, Utrecht 1972
Francis Fukuyama. Het einde van de geschiedenis
en de laatste mens. Contact, Amsterdam 1992
Jean Gebser. Ursprung und Gegenwart. In:
Gesamtausgabe Band II. Novalis Verlag, Schaffhausen 1978
Jürgen Habermas. Technik und Wissenschaft als
Ideologie. Suhrkamp, Frankfurt 1971
Samuel Huntington. Botsende beschavingen. Cultuur
en conflict in de 21e eeuw. Baarn 1997
Martin Jay. The dialectical imagination. Heinemann, London 1973
Ton Lemaire. De Indiaan in ons bewustzijn. De
ontmoeting van de Oude met de Nieuwe Wereld. Ambo, Baarn 1986
ir J.M. Matthijsen. Broederlijkheid, gelijkheid,
vrijheid. Bulletin van de Erasmus Liga no 14, 1985
P.A. Sorokin.
The crisis of our age.
Hans R.
Vincent. Integraal denken.
Vervreemding en de humanisering van arbeid, onderwijs en politiek. ACCO, Amersfoort
1989
dr H.R. Vincent. De burgerlijke ideologie en het
integrale denken. In: Civis Mundi, september 1992
dr H.R. Vincent. Op zoek naar nieuwe
doelstellingen; van economische naar culturele groei. Bulletin van de Erasmus
Liga no 25, 1990
dr H.R. Vincent. Het vierde model. Gedachten over
een nieuw type samenleving op wereldniveau. Bulletin van de Erasmus Liga no 41,
1997
dr H.R. Vincent. Europa, het westen en de
universiteit. Een cultuurfilosofische beschouwing. Bulletin van de Erasmus Liga
no 50, november 2000
dr H.R. Vincent. Wereldbeeld en wereldorde. Een
cultuursociologische beschouwing. Bulletin van de Erasmus Liga no 54, juni
2002.
Alfred Weber. Kulturgeschichte als
Kultursoziologie. Piper, München 1951
Michael Wood. Op zoek naar de bronnen van onze
beschaving. Teleac, Utrecht 1993
Religie
algemeen
S.W. Couwenberg (red.). Karma, reïncarnatie en de
roep om zingeving. Kok Agora, Kampen 1997
Civis Mundi. Tijdschrift voor politieke filosofie
en cultuur, redactie: prof dr S.W.Couwenberg:
- februari 1996: Zingeving als specifiek modern
probleem.
- juli 1996: Theïsme, atheïsme en de zin van het
leven.
Pieter Langedijk. Reïncarnatie, psychotherapie en
innerlijke groei. Ankh-Hermes,
Rom Landau. God
is my adventure. A book on modern mystics, masters and teachers. London 1935
Eduard Schuré. De grote ingewijden. Schets van de
verborgen geschiedenis der godsdiensten. Amsterdam 1909.
H.R. Vincent. Pantheïsme en een persoonlijke weg
van spirituele groei. in:
S.W. Couwenberg (red.). Karma, reïncarnatie en de
roep om zingeving. Kok Agora, Kampen 1997
H.M. Vroom. Geen andere goden. Christelijk geloof
in gesprek met boeddhisme, hindoeïsme en islam. Kok, Kampen 1993
Mythologie:
Joseph Campbell en Bill Moyers. Mythe en
bewustzijn. De kracht van de mythologische verbeelding. Teleac, Houten 1990
Krishnamurti:
J.Krishnamurti. Laat het verleden los.
Mirananda, Wassenaar 1977
J.Krishnamurti.
The awakening of intelligence.
J.Krishnamurti. The wholeness of life.
J.Krishnamurti en David Bohm. The ending of time.
Gollancz,
Pupul Jayakar.
Krishnamurti. A biography. Harper and Row,
Waarheid zonder weg. Honderd jaar Krishnamurti.
Redactie: Hans van der Kroft. Mirananda, Den Haag 1995
Hans R. Vincent/Fardiyah M.L. Picard. Zelfkennis
als educatief beginsel. Anthos/SVE, Baarn 1989
Soefisme:
Sufi Inayat
Kahn. Gayan . Sufi Publishing Company,
H.P. van Tuyll van Serooskerken. Gebed,
meditatie, stilte. East-west publications, Den Haag 1978
dr H.J. Witteveen. Het Soefisme en de
Soefi-Boodschap van Hazrat Inayat Kahn. uit: Religie als levende ervaring.
Redactie drs M.M.Messing. Assen 1988
Theosofie:
Radha Burnier. Human regeneration. Theosofische
Vereniging Nederland, Amsterdam 1990
dr Annie Besant. Evolutie en 's mensen
bestemming. Theosofische Uitgevers Maatschappij, Amsterdam 1925
Anthroposofie:
R. Steiner. Algemene menskunde als basis voor de
pedagogie. Vrij Geestesleven, Zeist 1991
Rudolf Steiner. De trappen van het hogere
bewustzijn. Vrij Geestesleven, Zeist 1982
Zie
verder:
Ons wereldbeeld en
het integrale denken.
Op zoek naar de eenheid van religie, filosofie en wetenschap.
Hans R.Vincent
Kampen 2000